Home > Concertdatabank

Solisten van Collegium Vocale Gent

Op 24 mei 1594 droeg de 62-jarige Lassus zijn zwanenzang, de monumentale madrigaalcyclus Lagrime di San Pietro (Tranen van de Heilige Petrus), op aan Paus Clemens VIII. De 21 geestelijke madrigalen op tekst van de dichter Luigi Tansillo vormen het toppunt van de verfijnde madrigaalkunst, maar Lassus smeedde ook alle delen samen tot een onzichtbaar muzikaal geheel, waarin de achterliggende getalsymboliek en het spel van de toonaarden hun verbluffende uitwerking niet missen. Als kapelmeester van de hertog van Beieren en een van de meest gevierde componisten van de 16de eeuw rondde hij zo zijn lange en zeer creatieve loopbaan af met een van de absolute meesterwerken uit de hele renaissance. Na de recente opnamen van de Psalmi Davidis poenitentialis (1584) en Cantiones sacrae (1594) richten Philippe Herreweghe en de Solisten van Collegium Vocale Gent hun pijlen andermaal op het late werk van Orlandus Lassus en dat belooft opnieuw een schot in de roos te zijn.

Uitvoerders
Collegium Vocale Gent
Philippe Herreweghe: dirigent

20 januari, 2008 15:00 -- AMUZ

La Roza Enflorese

Het Belgische ensemble La Roza Enflorese legt zich toe op Sefardische gezangen. De vijf muzikanten hebben zeer verschillende muzikale achtergronden: Thomas Baeté en Jan Van Outryve kent u als muzikanten van o.a. Les Arts Florissants, Capilla Flamenca, graindelavoix of Mala Punica, terwijl percussionist Vincent Libert aanvankelijk in jazz- en rockgroepen speelde. Later raakte hij gefascineerd door het middeleeuwse percussie-instrumentarium via een masterclass bij Ensemble Micrologus. Sefardische gezangen zijn voor hen als een ontmoeting tussen oude, traditionele en hedendaagse muziek, waarbij zowel een beroep wordt op de instrumentale technieken van de volksmuziek als op de improvisatie. Teneinde een gevarieerd en contrasterend klankbeeld te creëren, brengt La Roza Enflorese instrumenten samen uit verschillende streken en periodes (vedels, gamba’s, citer, ud, blokfluiten, kromhoorns en slaginstrumenten uit het Nabije en Midden-Oosten). Al is deze muzikale rijkdom niet in overeenstemming met de sefardische traditie, waarin de liederen werden vertolkt door een vrouwenstem hoogstens begeleid door een tamboerijn, ze verwijst wel naar de invloeden die deze muziek onderging na de diaspora van 1492. Deze benadering wint aan betekenis in een tijd waarin de culturele grenzen vervagen en waarin cultuur meer dan ooit synoniem is voor ontmoeting.

Uitvoerders
La Roza Enflorese
Edith Saint-Mard: zang
Bernard Mouton: blokfluiten
Thomas Baeté: viola da gamba’s & vedel
Jan Van Outryve: luit & vihuela
Vincent Libert: percussie
Anne Niepold: diatonische accordeon

25 januari, 2008 21:00 -- AMUZ

Vlaams Radio Koor

De Braziliaanse topdirigent Celso Antunes legt de link tussen Johann Sebastian Bach en enkele hedendaagse componisten. Het concert opent met Bachs Jesu meine Freude BWV 227, meer dan waarschijnlijk een begrafenismotet, geschreven in opdracht voor het overlijden van een hooggeplaatst persoon. Thema’s zoals vergankelijkheid, sterven en het hiernamaals komen duidelijk aan bod in dit uitgebreide werk, dat maar liefst elf delen telt. De contrapuntische techniek die Bach in zijn motet gebruikte, werd door zowel Luigi Dallapiccola als Dieter Schnebel op een heel aparte manier aangewend. Zo combineerde Dallapiccola de dodecafonie, het visitekaartje van Schönberg en Berg, met de typisch Italiaanse zangerige melodieën. Dieter Schnebel wil dan weer, wars van elk intellectueel concept, een universele taal vervaardigen, door deconstructie van de gekende muziektaal. Beiden interpreteren Bach op een eigenzinnige manier. Wie was de grootste componist aller tijden? Bach, vond Heitor Villa-Lobos. Hij componeerde negen ‘Bachianas Brasileiras’, letterlijk Braziliaanse Bachjes, als een hommage aan de man die hij zag als “een universele folkloristische bron, rijk en diep, die alle volkeren verenigt.” Bach en folklore? Het lijkt een vreemde combinatie, maar wie de Bachianas Brasileiras beluistert, begrijpt precies wat Villa-Lobos bedoelde.

Uitvoerders
Vlaams Radio Koor
Celso Antunes: dirigent

27 januari, 2008 15:00 -- AMUZ

Tasto Solo

Geniaal organist, virtuoos op organetto, uitzonderlijk improvisator, gekend als de ‘meester der meesters’: Conrad Paumann was en is nog steeds de belangrijkste vertegenwoordiger van de prestigieuze Duitse klavierschool uit de 15de eeuw. In de jaren 1440-1470 legde deze school een hoge culturele standaard vast, maar de periode was bovenal een exotische, bonte mengelmoes waarin de krachtlijnen van de gothische traditie zich mengden met humanistische neigingen en een eerste aanzet van de renaissance. De Buxheimer- en Lochamer-manuscripten zijn de getuigen van de intense muzikale activiteit die zich in die periode ontwikkelde rond de figuur van Paumann. Dankzij een minutieuze studie van deze bronnen kan Tasto Solo in dit programma een brede waaier aan speelmogelijkheden exploreren en dit repertoire opnieuw tot leven te brengen met verleidelijke instrumentale combinaties en geraffineerde historische improvisatietechnieken. Uw kans om de welverdiende winnaars van International Young Artists’ Presentation 2006, de muziekwedstrijd voor jong talent van het Festival van Vlaanderen-Antwerpen, opnieuw te horen.

Uitvoerders
Tasto Solo
David Catalunya: clavisimbalum
Andrés Alberto Gómez: gotisch orgel
Guillermo Pérez: organetto & algemene leiding
Reinhild Waldek: gotische harp

01 februari, 2008 21:00 -- AMUZ

La Risonanza

La Risonanza breit een vervolg aan de uitvoering van de Italiaanse kamercantates van Georg Friedrich Händel na de schitterende eerste reeks in februari 2007. Dit tweede luik belicht cantates die Händel in 1707 in Italië schreef in opdracht van twee van zijn belangrijkste broodheren: markies Ruspoli en kardinaal Ottoboni. De kunstlievende Romeinse hofhouding bood een ideale muzikale context voor deze miniatuuropera’s, waarvan de schitterende schoonheid vreemd genoeg nog te weinig is uitgedragen. De Italiaanse cantates waren voor Händel een soort schatkamer waaruit hij later putte voor nieuwe werken. De Spaanstalige cantate No se emendarà jamas, HWV 140 voor sopraan, gitaar en basso continuo schreef hij in september 1708 voor de zondagconcerten van markies Ruspoli, die Händel geëngageerd had als huiscomponist. De briljante, passionele sopraan Roberta Invernizzi en La Risonanza leggen deze schatkamer op fabelachtige muzikale wijze verder bloot. Voor dit concert worden ze nog bijstaan door de jonge, rijzende ster Nuria Rial en alt Romina Basso. Dit doet nu al uitkijken naar het vervolg.

Uitvoerders
La Risonanza
Fabio Bonizzoni: klavecimbel & muzikale leiding
Roberta Invernizzi: sopraan
Nuria Rial: sopraan
Romina Basso: alt

03 februari, 2008 15:00 -- AMUZ

Kudsi Erguner Ensemble

De Turkse muzikant, componist en musicoloog Kudsi Erguner leerde de Arabische fluit, de ney, bespelen van zijn vader, Ulvi Erguner, de laatste traditionele meester op dit instrument. De Turkse ney wordt gespeeld in de ‘fasil’, de klassieke Turkse kunstmuziek, en is een belangrijk instrument in de ensembles die spelen bij Mevlevi Sufi-ceremonies. Omwille van zijn kennis van de oude Turkse, Perzische en Arabische muziektradities, werd Kudsi Erguner gevraagd voor zeer uiteenlopende muziek- en theaterprojecten. Zo werkte hij met Peter Gabriel aan de filmsoundtrack van The Last Temptation of Christ, maar evengoed aan een uitvoering van Mozarts Die Entführung aus dem Serail in de Salzburger Festspiele van 97-98. AMUZ en het Kunstenfestival 0090 brengen Kudsi Erguner en zijn ensemble naar Antwerpen met een programma van Ottomaanse muziek uit de 17de eeuw. Dit concert is een samenwerking tussen AMUZ en het kunstenfestival 0090.

Uitvoerders
Kudsi Erguner: ney & muzikale leiding
Derya Turkan: kemençe
Hakan Güngör: kanun
Kadri Alper Uzkur: tanbur
Bruno Caillat: percussie

10 februari, 2008 15:00 -- AMUZ