Home > Nieuws > Interview met Deborah Cachet & Bart Naessens

Interview met Deborah Cachet & Bart Naessens

Sterrennacht

 

Ze mag dan op het podium tal van diva’s belichamen die hun gevoel voor drama als een stola rond hun bevallige nek dragen – zelf is ze dat allerminst. U zag Deborah Cachet in AMUZ misschien al aan het werk, dat kan in het gezelschap van L’Achéron (2019) zijn geweest of met de Académie baroque européenne d’Ambronay (2017). De Brugse sopraan is momenteel echter makkelijker te treffen in het buitenland dan op de nationale podia.
Ze is een van ‘die mensen’ met wie continuospeler Bart Naessens graag samenwerkt: authentiek, met goodwill en idealisme. Een beschrijving die bovendien ook voor hemzelf opgaat.

“Ik sta aan de andere kant van de wereld, omdat ze mij willen horen zingen”, dacht Cachet bescheiden toen ze in 2017 door China tourde. (Dat deed ze in 2018 trouwens voor een tweede keer.) En het is voor haar nog steeds een persoonlijk hoogtepunt. “Op zo’n moment kan je niet anders dan eens voorzichtig de gedachte opwerpen dat je misschien wel goed bezig bent, als je zoiets mag doen.” Haar muzikale hoogtepunt dateert dan weer nog maar van begin januari. Ze had toen een opname met Christophe Rousset en Les Talens Lyriques. “Ik heb van Christophe dingen geleerd waarvan ik niet besefte dat ik ze kon. Dat is natuurlijk wat een goede dirigent doet: je stem sturen. Hij hoort je al nog voordat je zingt. Een extra dimensie ontdekken in je kunnen, is sowieso een grote verrassing. Maar ook de muziek, de collega’s … alles zat goed. Nu we momenteel niet meer van de ene productie naar de andere gaan, kan je er weer even ten volle bij stilstaan hoe mooi ons beroep wel is.”

Maar een muzikantenleven laat zich simpelweg niet vatten in enkele welgedefinieerde hoogtepunten, springt Naessens bij. “Er zijn veel ogenblikken waarvan je geniet, waarop je niet alleen denkt, maar ook voelt dat het allemaal goed zit. En het mooie is dat je dat de week daarna of een concert later al opnieuw kan meemaken. Maar dan zijn er van die concerten of opnamen waarop je tegelijkertijd jezelf verliest, de wereld compleet vergeet en er zelfs even van lijkt los te komen … Zo zijn er maar weinig – ik denk dat ik ze op één hand kan tellen. Dat is het mooie aan muzikant zijn, dat je nooit maar één of enkele hoogtepunten definieert. Want het zijn al die triggers die je op dat ene moment in vervoering weten te brengen, die je tegelijkertijd al op weg zetten naar dat volgende hemelse moment.”

Strijdtoneel

Dankzij haar vocale kwaliteiten kan Cachet ondertussen al een indrukwekkend cv voorleggen. Met één, zelfs twee handen komt ze er allang niet meer om alles te tellen: de diverse prijzen van wedstrijden (ze won het Concours International de Chant Baroque de Froville (2015) en de wedstrijd New Tenuto (2013) en ze was finaliste in de Antonio Cesti-zangwedstrijd), de verschillende (barok)opera’s waarin ze zong (Rameaus Les Boréades en Pygmalion, Brittens A midsummer night’s dream, Purcells Dido and Aeneas en Desmarests Didon et Énée) en de gerenommeerde ensembles waarmee ze samenwerkte (Collegium 1704, Akademie für Alte Musik, Ensemble Correspondances, Scherzi Musicali, Ensemble Pygmalion, Le Poème Harmonique, Vox Luminis en A Nocte Temporis). Vorig jaar riep Klara haar nog uit tot ‘belofte van het jaar’. En ook al draait het niet om kwantiteit of meetbare successen, je vraagt je toch af hoe ze zich daarbij voelt. Ze blijft er dus kalm onder. “Die Klara-prijs kwam voor mij echt uit het niets. En die is uiteraard leuk om te krijgen, maar verder denk ik daar niet over na. Ik vond het eigenlijk ook niet zo leuk om al die wedstrijden te doen. Maar als sopraan wordt je zo vaak verteld dat het zo’n moeilijke wereld is om binnen te geraken. Als je dan kan deelnemen aan een wedstrijd, vergroot je je kansen om te worden opgemerkt door de juiste mensen. Dat was mijn grootste motivatie, want er zit geen wedstrijdbeest in me. Ik vind het ook gek dat ze mensen zo gaat vergelijken, want het zegt niets over je kunde.”

Nu er wat vaart in haar carrière zit, zal je Cachet niet meer zo snel op een wedstrijdpodium treffen. De koers die ze vaart, wist ze eigenlijk ook vorig jaar makkelijk aan te houden. Dat je haar voornamelijk op internationale affiches terugvindt, zit daar voor iets tussen. Waar Naessens na 160 annulaties stopte met tellen, is er voor Cachet heel veel wel kunnen doorgaan. Het toont ook aan hoe anders elk land omgaat met de huidige crisis. “In Nederland speelde ik drie keer per dag hetzelfde concert, telkens voor een klein publiek. Maar in Frankrijk heb ik, na de eerste golf, nog lang – tot in september, oktober – kunnen spelen in zalen voor 1500 mensen waar ook nog een publiek van 800 mensen zat. We stonden zelf ook met 80 artiesten op het podium: een volledig orkest met zangers en acrobaten erbij – dat voelde wel enigszins surrealistisch aan. Daarnaast is mij ook een verschil in financiële aanpak opgevallen. Uiteraard was het niet alleen rozengeur en maneschijn in Frankrijk, maar door het Franse kunstenaarsstatuut werden artiesten tijdens de coronacrisis goed ondersteund. Iedereen die over dat statuut beschikt, heeft het afgelopen jaar amper financiële zorgen gehad. Daardoor bleef er veel energie en ruimte over om toch te blijven creëren en oplossingen te zoeken.” Naessens schetst het contrast met België: “De sector heeft hier nauwelijks de kans gekregen om zich te bewijzen. De cultuursector is een van de grote slagvelden geworden en er zullen nog slachtoffers vallen. Vooral voor jonge artiesten houd ik mijn hart vast, want in wat voor een situatie zijn pas afgestudeerde muzikanten terechtgekomen? Het afgelopen jaar legde heel wat structurele problemen bloot: mensen hebben kunst en cultuur in alle vormen nodig, het publiek snakt naar concerten, maar als muzikanten hebben wij bijvoorbeeld nog steeds geen volwaardig statuut. We hebben de vrijgekomen tijd wel zinvol kunnen besteden. Binnen de kunsten, en binnen de muzieksector in het bijzonder, is men echt wel beginnen nadenken over hoe het systeem kan worden herdacht. Je merkt dat de cultuurhuizen hun uiterste best doen om nu toch iets te kunnen aanbieden. Ze laten zien dat ze goed georganiseerd zijn om telkens opportuniteiten te zien en ook te creëren. Ook dit initiatief van AMUZ is fantastisch, het geeft artiesten een perspectief.”

Waar de barok is ontstaan

Het programma voor dit concert stemden de musici af op het kader: barok! Barok in zijn meest pure vorm, om precies te zijn. Want er wordt gesmacht naar liefde (die niet wordt beantwoord), gebroken harten gaan tekeer, geliefden worden in de steek gelaten, en het vertrouwen in de goden wordt, hoe kan het ook anders, opgezegd. Een concert tjokvol emoties dus, bedoeld om uw hart te doen bonzen in uw keel, de allerfijnste haartjes op uw armen strak in het gelid te zetten en na afloop uw zegeningen te tellen. Cachet: “Het zijn werken van Monteverdi, Händel, Strozzi, Cavalli en Frescobaldi, uit een programma dat we al langer uitvoeren met cellist Edouard Catalan – die er nu ook bij zal zijn – en luitiste Sofie Van den Eynde, en waarvan we denken dat het ideaal is voor een thuispubliek. Met al die onbedwongen emoties op scène moet het lukken om die vibraties tot bij het publiek thuis te laten doorstromen.” Naessens: “Het is inderdaad een programma waarmee we veel te vertellen hebben. De muziek spreekt, zelfs via een scherm weet ze je te beroeren. Het is bovendien een programma waarin Deborahs stem prachtig wordt geëtaleerd, het is op haar maat gesneden.”

“Het is natuurlijk fijn om Le nozze di Figaro te zingen, maar muziek brengen die nog niet werd opgenomen, dat heeft iets bijzonders. Je kan nog een nieuw beeld creëren, een eigen verhaal vertellen dat nog niet door externe invloeden wordt gestuurd.”

Hoewel we ons de oudemuziekwereld stilaan niet meer kunnen voorstellen zonder haar, verloor Cachet haar hart pas gaandeweg aan deze muziek. “Oude muziek is goed voor jonge stemmen. Het zingt soepeler dan bijvoorbeeld Verdi. Dus toen ik studeerde (Cachet studeerde aan het Lemmensinstituut in Leuven en aan het conservatorium van Amsterdam, n.v.d.r.), ben ik ook veel renaissance- en barokmuziek gaan zingen.” En geheel conform aan de oudemuziekscene is ook Cachet eerder ontdekkingsreiziger dan vakantieganger. Zo leent ze haar stem het liefst van al aan verhalen die nooit eerder werden verteld. “Het is natuurlijk fijn om Le nozze di Figaro te zingen, maar muziek brengen die nog niet werd opgenomen, dat heeft iets bijzonders. Je kan nog een nieuw beeld creëren, een eigen verhaal vertellen dat nog niet door externe invloeden wordt gestuurd. Iets dat niet meer zo gekend is, terug tot leven brengen, is enorm waardevol.” Oude muziek, je bent er nooit helemaal klaar mee. Ook Naessens viel als een blok voor “die puurheid en de oorsprong der dingen” van de oudemuziekwereld. Als organist was hij nochtans eerder gefocust op romantiek en hedendaagse muziek, maar enkele oudemuziekprojecten wakkerden de fascinatie aan: “Het blijft me intrigeren hoe expressief en gevarieerd men toen werkte. Je mag niet vergeten dat hoe verder je in de tijd teruggaat, hoe minder middelen men ter beschikking had. En toch wisten ze toen evenveel emoties te verklanken.” Naessens mocht vorig jaar als “muzikale duizendpoot par excellence” eveneens een titel van Klara in ontvangst nemen, die van ‘musicus van het jaar’. Hoewel er veel, véél meer op zijn actieradius staat – als muzikant speelt hij immers niet alleen op orgel, klavecimbel of pianoforte, maar is hij ook dirigent, artistiek leider, pedagoog in het Brusselse conservatorium en bezieler van amateurmusici – is opera voor hem toch de ultieme kunstvorm. Hij maakte vorig jaar nog zijn debuut als dirigent in de Vlaamse Opera. En hoewel hij niet geneigd is om in hoogtepunten te denken, noemt hij dit toch een langgekoesterde droom die realiteit werd, en een van de paden die hij de komende jaren graag verder zal verkennen. Zijn missie daarbij: het gestandaardiseerde repertoire wat minder standaard te maken. “We moeten ons dringend wat meer gaan verwonderen over ons vak, over de muziek en over onze manier van musiceren. We herinneren ons allemaal de ideeën van de jaren zestig nog, maar we hebben ze ondertussen stof laten vangen. Ik zie het als mijn roeping om dat stof eraf te blazen.” De jaren zestig verkondigden wel meerdere grote ideeën, maar het gaat hier wel degelijk om het explorerende karakter van de historische uitvoeringspraktijk. “Er is nog zoveel te ontginnen. Dat is het mooie aan oude muziek, je bent er nooit klaar mee. Terwijl we vandaag net iets te snel pretenderen dat we al alles weten. Dat is de facto niet mogelijk.”

Parallel universum

Mocht de muziek er niet in geslaagd zijn geweest om Naessens te strikken, dan was hij astrofysicus geworden. “Als je naar de hemel tuurt, kijk je de geschiedenis in de ogen. Dan kan je niet anders dan beseffen hoe klein en toch uitermate kostbaar we zijn.” Niet toevallig een vakgebied waar de vraag naar het ontstaan wederom de leidraad is en waar het evengoed not done is om te pretenderen alles te weten. In een hemel vol sterren die elk hun miljoenen jaren geschiedenis hebben, is het vast moeilijk er eentje als favoriet te kiezen, dus die vraag stel ik niet. Dat is vast zoals een muzikant vragen naar zijn hoogtepunt, dat doe je niet.

Cachet is behalve met muziek dan weer veel met voeding bezig. Als dit heelal er één van velen was, dan zou ze dus in een van die (tientallen? honderden?) parallelle universums een restaurant uitbaten. En dat zou ze goed doen. Haar ‘instagrammable’ foodfoto’s verraden immers dat ze in de keuken minstens even goed haar weg kent als op het podium. Koken is niet alleen een passie voor haar, maar vooral een liefdevolle herinnering: “Mijn vader stond elke dag minstens twee uur in de keuken om voor ons een lekkere maaltijd te bereiden. Als kind vond ik dat wachten vaak moeilijk, want we aten wanneer het klaar was, en dat kon ook om 21 uur zijn. Maar nu besef ik hoe waardevol die momenten met mijn vader in de keuken waren, hij heeft daar zijn passie voor gastronomisch koken aan ons doorgegeven. We hadden thuis zelfs een gelegenheidsrestaurant. Dan kookte hij voor groepen die iets te vieren hadden, maar soms zaten er evengoed vijftien koppeltjes in onze woonkamer te genieten van een heerlijk vijfgangenmenu. Mijn vader is tien jaar geleden overleden, koken is voor mij een manier om hem levend te houden. Elke dag die ik in mijn keuken doorbreng, herinnert mij aan hem en aan de dingen die ik van hem heb geleerd.”

Wie deze heldere ster wil waarnemen, maken we het dit weekend graag gemakkelijk. Om niet verloren te lopen tussen alle sterrenconstellaties en hemellichamen, kijkt u gewoon even op onze website of in uw mailbox. Zodra u thuis op de juiste link hebt geklikt, wijst de sterrenkundige aan het klavier de weg. Sirius mag zich de helderste ster aan onze nachtelijke hemel noemen, maar de concurrentie is moordend.

Naar het concert

Julie Hendrickx