Home > Activiteiten > Deborah Cachet, Bart Naessens & Edouard Catalan (streaming)

Deborah Cachet, Bart Naessens & Edouard Catalan

Extatisch geluk, diepe wanhoop

Het bespelen van de emoties van de luisteraar was voor de barokke componist van essentieel belang. De inhoud van een tekst raakte in de renaissance vaak ondergesneeuwd door complex contrapunt. Humanisten uit de tweede helft van de 16de eeuw ervoeren dat als problematisch. Ze wilden nieuwe wegen inslaan om de emotionele kracht van een tekst beter in de verf te zetten. Dat leidde tot het ontstaan van nieuwe compositietechnieken en genres die in de barok tot hun volle ontwikkeling zouden komen. Zo spraken theoretici en componisten van een seconda pratica of stile moderno – een nieuwe, tweede ‘muziekpraktijk’ waarin tekstexpressie centraal stond en de regels van de prima pratica of stile antico minder strikt werden gevolgd. Zo konden dissonanten de emoties van pijn en liefdesverdriet veel beter symboliseren. Er werd ook minder contrapuntisch voor meerdere stemmen gecomponeerd; er werd geopteerd voor de techniek van de begeleide monodie. Slechts één zanger zong nu de tekst, en werd door een voortdurend doorlopende baspartij begeleid – de basso continuo. Deze technieken werden niet alleen in madrigalen toegepast, maar zouden ook leiden tot de ontwikkeling van volledig nieuwe genres: de opera, de cantate en het oratorium.

Een van de spilfiguren in die evolutie was Claudio Monteverdi (1567-1643). Tijdens zijn periode als kapelmeester in Mantua had hij met de opera L’Orfeo aangetoond hoe de nieuwe muziek de menselijke ziel kon beroeren. Ook in zijn Venetiaanse periode componeerde hij opera’s – hij was toen wel kapelmeester van de beroemde San Marcobasiliek, maar schreef ook opera’s voor theaters. Hij bleef ook madrigaalbundels uitgeven, zoals zijn achtste boek in 1638, de beroemde Madrigali guerrieri, et amorosi. Terwijl hij in de eerste madrigaalboeken nog de regels van de prima pratica volgde, evolueerde hij in de latere boeken naar een vrijere, moderne stijl. Quel sguardo sdegnosetto is een solomadrigaal dat verscheen in de tweede bundel Scherzi musicali (1632). Het begrip ‘scherzo’ verwees in Monteverdi’s tijd naar de strofische opbouw van de tekst – pas later zou ‘scherzo’ verwijzen naar muziek met een luchtig of komisch karakter. Quel sguardo heeft drie strofen die door de sopraan worden gezongen. Haar partij is uitermate virtuoos en kent veel variaties in de melodievoering. Melismatische passages contrasteren bijvoorbeeld met abrupte, grote sprongen, of een reciterende declamatie wordt afgewisseld met een meer zangerige lijn. Elke strofe wordt daarbij begeleid door een vrijwel identieke baslijn en het geheel heeft een bijna extatisch en dansant karakter.

Liefdesperikelen
In contrast met Monteverdi’s opgewekte solomadrigaal staat Francesco Cavalli’s recitatief Volgi, deh volgi il piede uit zijn opera Gli amori d’Apollo e di Dafne. Legde Monteverdi de fundamenten voor de ontwikkeling van de opera in Venetië, dan kon Cavalli (1602-1676) daar de vruchten van plukken. Monteverdi was lang Cavalli’s inspirerende mentor. Cavalli werd in 1616 als knaap aangenomen aan de muziekkapel van San Marco, die destijds onder leiding stond van Monteverdi. Hij zou er voor de rest van zijn leven aan verbonden blijven; niet alleen als zanger, maar ook als organist. In 1668 kwam de bekroning van zijn lange inzet en werd hij als kapelmeester benoemd, een van de meest prestigieuze titels in de westerse muziekwereld. Hij componeerde prachtige religieuze werken, maar zijn reputatie dankt hij vandaag vooral aan de dertig opera’s die hij componeerde voor de publieke theaters in Venetië. Gli amore d’Apollo e di Dafne is zijn tweede opera en ging in première tijdens het carnavalsseizoen van 1640 in het Teatro San Cassiano. Het libretto, geschreven door Giovanni Francesco Busenello, is gebaseerd op het gelijknamige verhaal van Ovidius uit zijn eerste boek Metamorfosen, dat vertelt over de liefde van de god Apollo voor de nimf Dafne. Zoals vaak bij een verhaal uit de antieke oudheid zijn er nevenintriges, in dit geval de liefdesperikelen tussen Procri en Cefalo. Volgi, deh volgi il piede is een wanhoopskreet van Procri, die haar geliefde Cefalo smeekt om terug te keren. Het recitatief is een meesterwerk van expressieve tekstdeclamatie. De vorm is volledig vrij, belangrijke woorden worden benadrukt en er zijn grote contrasten die de inhoud verduidelijken. Slechts op enkele momenten wordt als een soort refrein de zin ‘Lassa, io m’inganno, io non son quella più’ hernomen, als een symbool van Procri’s radeloosheid.

Een gelijkaardige hartverscheurende emotie is te horen in Barbara Strozzi’s L’eraclito amoroso. Hier is de protagonist alle vertrouwen in zijn geliefde verloren en wordt hij door eeuwige pijn getroffen. Strozzi (1619-1677) groeide als adoptiedochter van componist Giulio Strozzi op in een artistiek milieu in Venetië en ze kreeg ook les van Francesco Cavalli. Ze stond bekend als een eminente zangeres én componiste. Ze gaf slechts enkele boeken uit met madrigalen en aria’s. L’Eraclito amoroso is opgenomen in de bundel Cantate, ariette, e duetti, opus 2 (1651), opgedragen aan Ferdinand III van Oostenrijk en Leonora II (Eleonora Gonzaga) van Mantua. De aria structureert Strozzi in zangerige strofen die worden afgewisseld met recitatieven. In die strofen hanteert ze een in de barok veel voorkomend compositorisch procedé, namelijk het lamento op ostinate bas. Een kort motief van een dalende kwart wordt in de basso continuo voortdurend herhaald, waarop de sopraan een vrije melodie kan zingen. Geheel volgens de traditie van de seconda pratica heeft Strozzi aandacht voor een nauwgezette tekstexpressie. Let bijvoorbeeld op de symbolische verklanking van woorden als ‘dolor’, ‘sospir’ en ‘sotterrimi’.

Cantaten in een huiselijke setting
Enkele generaties later is het Georg Friedrich Händel (1685-1759) die successen behaalde met zijn passionele opera’s, oratoria en cantaten. Als jonge componist reisde Händel in 1706 van Duitsland naar Italië om er de kneepjes van het vak te leren. Hij zou er tot 1710 verblijven en voor aristocratische broodheren in Rome werken. Hij componeerde er vooral cantaten, want die konden gemakkelijk in een huiselijke setting worden uitgevoerd. De cantate Armida abbandonata (Dietro l’orme fugaci) schreef Händel in 1707 voor prins Francesco Maria Ruspoli en werd wellicht uitgevoerd voor een zomers uitstapje naar Ruspoli’s buitenverblijf in Vignanello. De jonge sopraan Margherita Durastanti voerde het werk uit – ze zou een van Händels meest trouwe artiesten blijven, en ook later in Londen nog optreden in zijn operaproducties. Ah, crudele! is een van de drie aria’s uit die cantate en heeft een ABA-structuur. De A-gedeelten staan in een majeur-toonaard, en daar middenin contrasteert een passage in mineur.

Als rustpunt tussen de hartstochtelijke vocale werken speelt Bart Naessens de Toccata in F, een instrumentaal werk van Girolamo Frescobaldi (1583-1643). In een toccata volgt de componist geen vaste vorm, maar kan hij zijn fantasie de vrije loop laten. Het begrip is afgeleid van het Italiaanse ‘toccara’, wat aanraken betekent. Het is alsof de klavecinist op een improvisatorische wijze de mogelijkheden van het instrument verkent. Frescobaldi was dé klaviervirtuoos van zijn tijd en bekleedde enkele prestigieuze functies. Hij was onder andere organist aan het Vaticaan in Rome en ook organist van Ferdinando II, groothertog van Toscane.

Dit project kwam tot stand dankzij de giften van vele muziekliefhebbers aan het ‘Steunfonds voor jonge Belgische artiesten’ van AMUZ. Meer lezen

Programma

Francesco Cavalli (1602-1676): Volgi, deh volgi il piede, uit: Gli amori d’Apollo e di Dafne

Georg Friedrich Händel (1685-1759): Ah, crudele, uit: Armida abbandonata, HWV 105

Girolamo Frescobaldi (1583-1643): Toccata in F

Barbara Strozzi (1619-1677): L’Eraclito amoroso, uit: Cantate, ariette e duetti, opus 2

Claudio Monteverdi (1567-1643): Quel sguardo sdegnosetto, SV 247

Uitvoerders

Deborah Cachet, sopraan | Bart Naessens, klavecimbel | Edouard Catalan, cello

 

Biografie

De jonge Belgische sopraan Deborah Cachet studeerde aan het Lemmensinstituut in Leuven en aan het conservatorium van Amsterdam. Ze liet zich nog verder begeleiden in haar vocale techniek door Rosemary Joshua. Ze won de afgelopen jaren meerdere internationale zangconcours. In 2019 maakte ze deel uit van Le Jardin des Voix, dat Les Arts Florissants jaarlijks opzet met jonge zangers. Ze was ondertussen al te horen in tal van operaproducties, waaronder Mozarts La finta giardiniera en Le nozze di Figaro, Rameaus Les Boréades en Pygmalion, Brittens A midsummer night’s dream, Purcells Dido and Aeneas en Desmarests Didon et Énée, en zong met ensembles als Collegium 1704, Akademie für Alte Musik, Ensemble Correspondances. Deborah Cachet is te horen op meerdere cd-opnamen van onder meer Scherzi Musicali, Ensemble Pygmalion en Le Poème Harmonique. Haar meest recente opnamen zijn Orphée aux enfers van Charpentier met Vox Luminis en A Nocte Temporis, en Rameaus Les Boréades met Collegium 1704.

Bart Naessens studeerde aan het Lemmensinstituut in Leuven orgel, klavecimbel en orkestdirectie. Hij volgde masterclasses bij o.a. Leo Van Doeselaar, Menno Van Delft, Trevor Pinnock en Skip Sempé. Hij is ondertussen een bijzonder gerespecteerd en gewaardeerd continuospeler en dirigent. Hij werkte samen met ensembles als Zefiro Torna, Ensemble Explorations, il Gardellino, Collegium Vocale Gent, Vlaams Radiokoor, Nederlandse Bachvereniging, Les Muffatti, B’Rock e.a. In 2020 werd hij door radiozender Klara uitgeroepen tot musicus van het jaar. Het juryrapport prees hem als “de muzikale duizendpoot par excellence. Zijn actieradius in de wereld van de klassieke muziek is overweldigend: als dirigent en artistiek leider, als speler op klavecimbel en orgel, als pedagoog in het Brusselse conservatorium en als bezieler van amateurmusici.”

Edouard Catalan studeerde cello en barokcello aan het conservatorium van Reims, verdiepte zich in de barokcello aan het conservatorium van Brussel en volgde masterclasses bij onder meer Jaap ter Linden. Hij speelt geregeld met ensembles als Les Agréments, La Petite Bande, Scherzi Musicali, en is een van de oprichters van het ensemble Barroco Tout.