Home > Concertdatabank

Constantinople & Françoise Atlan

Sinds de oprichting in 1998 creëert het ensemble Constantinople muziek die geïnspireerd is door zuiderse muziektradities, Perzische kunstmuziek en muziek uit de middeleeuwen en de renaissance. De studie van handschriften, evenals de levende mondelinge traditie van de oosterse en vooral Perzische muziek, ondersteunen de zoektocht naar dit muzikale erfgoed. Met sopraan Françoise Atlan presenteert Constantinople de mooiste bladzijden van de joodse, Arabische en christelijke muziek, afkomstig uit de aloude gebieden van de Middellandse Zee en het Midden-Oosten. Naast instrumentale muziekstukken uit het Ottomaanse Rijk en het oude Perzië staan er Sefardische romances en Moorse zangen uit de Spaanse middeleeuwen op het programma. Na de verdrijving van joden en Arabieren uit Spanje in 1492 bleef dit muzikale erfgoed bewaard in de Sefardische en Arabische gemeenschappen. Terres Turquoises is een verheerlijking van het harmonieuze samenleven en de culturele en sociale toenadering tussen volkeren van diverse origine en kleur uit het Middellandse Zeegebied en het Midden-Oosten.

Uitvoerders
Constantinople
Françoise Atlan: sopraan
Ziya Tabassian: tombak, def, dâyereh en percussie
Guy Ross: luit, ud en zang
Saeed Kamjoo: kamancheh (vedel)
Kiya Tabassian: sitar

14 oktober, 2006 21:00 -- AMUZ

Manon Quartett Berlin

“Leen mijn strijkkwartet niet uit aan anderen”, schreef Beethoven in 1801 aan een vriend aan wie hij een jaar tevoren het eerste van de zes kwartetten van opus 18 had gegeven. En hij voegde er zelfverzekerd aan toe: “Pas nú kan ik strijkkwartetten componeren.” Het tussenliggende jaar had hij verwoed geschaafd aan zijn eerste zes kwartetten. Het is het begin van een magistraal kwartetoeuvre dat een periode van zo’n 25 jaar beslaat. De schaduw van Haydn maakte Beethoven aanvankelijk terughoudend om zijn bijdrage te leveren aan het genre. Wat moest je daar immers nog aan toevoegen? Het Manon Quartett Berlin combineert het opgewekte Beethoven-kwartet in F-groot met Schuberts melancholieke ‘Rosamunde’-kwartet in a-klein. Het ontleent zijn bijnaam aan het tweede deel, waar Schubert een thema citeert dat hij eerder gebruikte in zijn muziek bij het toneelstuk Rosamunde, Fürstin von Cypern van Helmina von Chézy.

Uitvoerders
Manon Quartett Berlin
Ariadne Daskalakis: viool
Bernhard Forck: viool
Sebastian Gottschick: altviool
Anna Carewe: cello

15 oktober, 2006 15:00 -- AMUZ

Prometheus Ensemble

Arthur Honegger en Francis Poulenc zijn twee vooraanstaande Franse componisten van het begin van de 20ste eeuw. Ze waren allebei lid van de befaamde groep ‘Les Six’, waartoe ook onder meer Darius Milhaud behoorde. Centraal werk in dit programma is L’Idée, een poëtische en allegorische animatiefilm uit 1932 van Berthold Bartosch naar houtsneden van Frans Masereel. De film werd in 1934 door Honegger voorzien van een prachtige begeleiding door 13 instrumentale solisten, waaronder de ‘ondes martenot’, een voorloper van de synthesizer. Tijdens het concert van Prometheus Ensemble worden beide kunstwerken opnieuw verenigd en wordt de muziek live uitgevoerd bij de projectie van Bartosch’ baanbrekende animatiefilm. Een heel andere stijl vinden we in Poulencs werken voor bariton en ensemble. De oosters getinte en meditatieve Rhapsodie nègre gaat vooraf aan een uitbundig en volks Le Bal masqué.

Uitvoerders
Prometheus Ensemble
Etienne Siebens: dirigent
Werner Van Mechelen: bariton

21 oktober, 2006 21:00 -- AMUZ

Hans Jörg Mammel & Arthur Schoonderwoerd

Robert Schumann, die 150 jaar geleden overleed, gold na Franz Schubert als de grootste liedcomponist van zijn tijd. Nochtans vond hij in 1839 de liedkunst nog absoluut inferieur aan instrumentale muziek. Dit zou echter snel keren. Al in 1840 schreef hij maar liefst 138 liederen en bekende hij: “Ach ik kan niets anders, ik zou me kunnen doodzingen als een nachtegaal.“ Voornamelijk de poëzie van Heinrich Heine en Joseph von Eichendorff waren zijn inspiratiebronnen. De gedichten van deze romantici beschrijven de betovering die van muziek uitgaat. Bij hen slaapt de muziek in alle dingen en wordt ze door een toverwoord gewekt. Natuurlijk herkende Robert Schumann zich hierin, zijn gevoel niet het minst aangewakkerd door zijn nieuwe liefde Clara Wieck, en componeerde hij Dichterliebe, opus 42, en Liederkreis, opus 39. Beide cycli gelden nog steeds als dé toonbeelden van het romantische lied. De Duitse tenor Hans Jörg Mammel oogstte veel succes met zijn opname van Schuberts Die Schöne Müllerin in de versie voor tenor en gitaar. Na zijn Mozartalbum is hij in AMUZ opnieuw te horen met pianist Arthur Schoonderwoerd.

Uitvoerders
Hans Jörg Mammel: tenor
Arthur Schoonderwoerd: pianoforte

26 oktober, 2006 21:00 -- AMUZ

Kenneth Weiss

De Amerikaanse klavecinist Kenneth Weiss behaalde zijn diploma aan de High School of Performing Arts en Oberlin Conservatory of Music en bekwaamde zich verder bij Gustav Leonhardt aan het Sweelinck Conservatorium in Amsterdam. Als assistent van William Christie nam hij deel aan de talrijke operaopnamen van Les Arts Florissants. De jongste jaren is hij vaker op de concertpodia terug te vinden in solorecitals, met kamermuziekensembles met musici als James Bowman, Gilles Ragon, Eric Hoeprich, Philippe Pierlot en Fabio Biondi én als dirigent. Zijn opname met Bachs Italiaans Concerto, de Chromatische fantasie en fuga en de Franse ouverture werd enthoustiast onthaald in de pers. Het concertprogramma in AMUZ plaatst Bachs Ouverture ‘nach Französischer Art’, BWV 831 naast klavierwerken van de originele Franse meesters Jean-Philippe Rameau en François en Armand-Louis Couperin.

Uitvoerders
Kenneth Weiss: klavecimbel

29 oktober, 2006 15:00 -- AMUZ

Jane Gower & Claire Chevallier

Het programma dat Claire Chevallier en Jane Gower selecteerden, geeft de zeer bijzondere sfeer weer van het prikkelende einde van de 19de eeuw. Deze periode werd gekenmerkt door een gigantische evolutie van stijl en taal binnen de muziek. Zoals vele andere componisten en kunstenaars trok Mikhail Glinka naar de lichtstad Parijs, ook de latere woonplaats van de kosmopoliet Camille Saint-Saëns. De jonge Saint-Saëns werd nog sterk geïnspireerd door kerkmuziek – hij was zelf een van de beste organisten in Frankrijk. In later werk, zoals zijn Sonate in G voor fagot en piano, opus 168, horen we een veelheid aan muzikale stijlen en invloeden die de artistieke turbulentie van zijn tijd mooi illustreert. Met Jane Gower, de eerste fagottist van Anima Eterna, die hoge ogen gooide met haar opname van Mozarts fagotconcerto en pianiste Claire Chevallier, kiest AMUZ voor twee dames met klasse. Wie Claire Chevallier haar Erardvleugel hoorde beroeren in werk van Francis Poulenc, César Franck of Maurice Ravel, weet dat ook Saint-Saëns’ muziek prachtig gediend is met haar spel en raffinement.

Uitvoerders
Jane Gower: fagot
Claire Chevallier: pianoforte

03 november, 2006 21:00 -- AMUZ