Home > Concertdatabank

Help er zitten kids in de concertzaal

Les Muffatti stellen de grote componist Arcangelo Corelli voor aan de workshopdeelnemers. Corelli wordt ook wel de ‘vader van de violisten’ genoemd, maar hij was ook een pionier van het concerto grosso. Het principe van de basso continuo – het fundament van de barokmuziek – wordt eveneens uitgelegd en de kids wagen zich zelfs aan het componeren van eenvoudige melodieën.

Uitvoerders
Les Muffatti
Astrid Bossuyt, docent

07 maart, 2010 12:00

Les Muffatti

Nog voordat Arcangelo Corelli uitgroeide tot de meest gegeerde vioolpedagoog in Italië, oogstte hij al roem als de onbetwiste leider van de ensemblemuziek voor strijkers, in Rome. Zijn naam werd daarbij steeds geassocieerd met het ‘concerto grosso’, een typisch Romeinse instrumentatietechniek, waarbij een kleine kern solisten permanent wordt afgewisseld met de voltallige strijkersgroep. Georg Muffat was in 1680 de allereerste niet-Italiaan die Corelli ging opzoeken en vervolgens het concerto grosso ten noorden van de Alpen introduceerde. Ook Johann Christoph Pez uit München ging bij Corelli in de leer en paste de nieuwe orkestratie toe in eigen werken, zoals de schitterende Concert Sonata in F. Het echte succes kwam pas na de postume publicatie van Corelli’s eigen Concerti grossi Opus 6, in 1713. Vooral Londen werd een epicentrum van de Corelliaanse techniek omdat Francesco Geminiani en Pietro Castrucci er de muziek van hun leermeester vurig propageerden.

Uitvoerders
Les Muffatti
Peter Van Heyghen, artistieke leiding

07 maart, 2010 14:00

Benjamin Alard

In navolging van Johann Kuhnau, zijn voorganger als cantor aan de Thomaskirche in Leipzig, begon Johann Sebastian Bach in 1726 aan het eerste deel van zijn Clavier-Übung: geen etudes in de moderne zin van het woord, wel muziek waarvoor de klavecinist al zijn capaciteiten moest aanspreken. Het tweede deel – Bach zou in totaal vier bundels schrijven – bevat het Concerto nach italienischen Gusto, BWV 971 en de Ouverture nach französisscher Art, BWV 831: werken waarin de respectieve nationale stijlkenmerken speels en vernuftig zijn verweven. Deze muziek behoort tot het eerste wat Bach in druk liet verschijnen en hij vestigde er in één klap zijn reputatie mee. De jonge maar reeds meermaals gelauwerde Franse klaviervirtuoos Benjamin Alard speelt deze twee oefeningen in nationale stijl, alsook de partita’s BWV 829 en 830 uit het eerste deel van de Clavier-Übung. Bach op z’n best!

Uitvoerders
Benjamin Alard, klavecimbel

11 maart, 2010 20:00

Lorenzo & Vittorio Ghielmi

Tot voor kort werd algemeen aangenomen dat een historisch verantwoorde uitvoering van de klaviermuziek van Johann Sebastian Bach per definitie op klavecimbel of klavichord moest gebeuren. Toch is het al geruime tijd geweten dat vader Bach niet alleen tijdens zijn bezoek aan de Pruisisiche koning Frederik de Grote in Potsdam op een spiksplinternieuwe pianoforte van Gottfried Silbermann speelde, maar ook dat hij zelf zo’n instrument in zijn bezit had. In 1733 verscheen er zelfs een aankondiging in een Leipziger krant waarin te lezen was dat Bach tijdens een optreden met het Collegium Musicum een “nooit eerder gehoord instrument” zou bespelen. De Silbermann-pianoforte is met zijn heldere en subtiele klank perfect geschikt voor heel wat instrumentale sonates met begeleiding van klavier, een genre waarin ook Bachs zoon Carl Philipp Emmanuel Bach zich meer dan beslagen toonde.Slechts drie originele Silbermann-pianofortes overleefden de tand des tijds. Weinig musici hebben tot nog toe de mogelijkheden van dit instrument kunnen exploreren, maar zeer recent realiseerde de Italiaanse bouwer Andrea Restelli een kopie voor het museum van Nürnberg. De specifieke bouw, die in heel wat opzichten nog dicht bij het klavecimbel aanleunt, biedt alle kansen om de muziek uit de middelste decennia van de 18de eeuw vanuit een nieuw perspectief te beluisteren.

Uitvoerders
Lorenzo Ghielmi, pianoforte
Vittorio Ghielmi, viola da gamba

13 maart, 2010 20:00

Help, er zitten kids in de concertzaal!

Het festival Stadsklanken 18 wil de klanken van de 18de-eeuwse stad opnieuw tot leven brengen. Vandaar dat Octophorus in AMUZ vergeten harmoniemuziek van onder het stof haalt. Ook deze workshop laat de dialoog tussen stad en muziek opnieuw volop spelen: de deelnemers leren niet alleen over fanfares en harmonieën, met al dan niet opgenomen geluiden maken ze ook een eigen stadscompositie.

Uitvoerders
Octophorus
Anneleen Nauwelaerts, docent

14 maart, 2010 12:00

Octophoros

Tijdens de laatste decennia van de 18de eeuw werd harmoniemuziek erg populair in de aristocratische kringen van Wenen en logischerwijze ook in de Oostenrijkse Nederlanden.Veel bestaande muziek – vooral symfonieën en opera’s – werd voor harmonieën bewerkt, maar ook nieuwe werken werden gecreëerd. Vaak bestond er een link met militairen verbonden aan een of ander hof, zoals in het geval van François-Joseph Gossec, een componist uit Henegouwen, die in Parijs heel wat muziek voor blazers componeerde. Prins Charles-Joseph de Ligne was als militair en diplomaat dan weer in dienst van Oostenrijk en stond in contact met schrijvers als Voltaire, Rousseau, Casanova en Goethe. Voor zijn dramatische composities werkte hij samen met de Brusselse componist Ignaz Vitzthumb, die eveneens harmoniemuziek schreef – werken die nog maar heel zelden worden uitgevoerd. Octophorus doet dit vergeten repertoire herleven op authentieke instrumenten.

Uitvoerders
Octophoros
Paul Dombrecht, artistieke leiding

14 maart, 2010 14:00