Home > Nieuws > AMUZ > Ensemble Polyharmonique vindt de schakel tussen Schütz en Bach

Ensemble Polyharmonique vindt de schakel tussen Schütz en Bach

Wolfgang Carl Briegel (1626-1712) leefde 86 jaar, diende twee vorsten gedurende decennia en blijkt een cruciale schakel naar de muziek van Bach te zijn. Toch kent haast niemand hem. Dat Ensemble Polyharmonique op de man stuitte, betekent voor ons – precies op tijd voor Pasen – een openbaring.

Ensemble Polyharmonique behoort tot de besten in de uitvoering van kleinschalige geestelijke muziek uit de 17de eeuw — meer dan een dozijn internationaal gelauwerde cd-opnamen spreken voor zich. Met zijn uitvoering van de Trost-Gesänge van Wolfgang Carl Briegel bewijst Alexander Schneider, artistiek leider, waarom deze muziek niets minder dan een revelatie is. “Ik speur voortdurend naar muziek die ook vandaag nog iets te geven heeft.” Schneider vertelt hoe hij tijdens een van die zoektochten naar muziek voor zes stemmen en continuo stuitte op een Canadese transcriptie die hem onmiddellijk fascineerde. Opus Klassiek prees de opname van Ensemble Polyharmonique van de Trost-Gesänge ondertussen al als “grandioos”, terwijl Qobuz ze een herontdekking noemde die dankzij de interpretatie een waar luistergenot is.

Opus magnum
Over Briegel als mens is maar weinig anekdotisch materiaal te vinden. Enkele biografische lijnen – geboren in Beieren, werkte eerst als organist en leraar in Schweinfurt, vervolgens als hofkapelmeester aan het hof van Ernst I (‘de Vrome’) Van Saksen-Gotha, en bracht het laatste deel van zijn carrière door als kapelmeester in Darmstadt – maar geen citaten, brieven of verifieerbare momenten uit zijn leven. Ook Schneider spreekt uitsluitend over hem als componist en als een historische schakel, maar niet als mens van vlees en bloed.

Briegel had alleszins een taai gestel. Met 86 lentes overleefde hij zo goed als iedereen van zijn generatie en moet hij ook hebben gezien hoe de barok zich volledig ontplooide. Zijn lange dienstverbanden van 20 en 40 jaar doen dan weer een loyale inborst vermoeden. Toen hij in 1761 Gotha verliet voor Darmstadt, droeg hij eerst nog een verzameling troostrijke rouwmuziek op aan zijn voormalige werkgever Ernst de Vrome. Ernst was oud en verzwakt, en Briegels afscheidswoorden keerden steeds terug naar hetzelfde thema: in leven en dood is alles in Gods hand.

Die rouwmuziek – zeven boetepsalmen, gebaseerd op de gebeden van koning David – wordt door Schneider zonder enige twijfel “Briegels opus magnum van de protestantse kerkmuziek” genoemd. Als de contouren van de mens Briegel vaag blijven, dan spreekt zijn muziek misschien des te duidelijker. En als we zijn troost- en boetewerken lezen, stuiten we telkens weer op dezelfde trefwoorden: vergankelijkheid, sterven, angst voor het oordeel, maar ook troost, vertrouwen en overgave. In afwezigheid van enige vorm van persoonlijke anekdotes is zijn muziek zijn enige autobiografie. En wat voor één.

Palet van compositorische mogelijkheden
Dat Briegel zich met zijn boetepsalmen gerust kon meten aan de groten van zijn tijd, had Schneider onmiddellijk opgemerkt. Net zoals een schilder niet één kleur, maar het volledige palet beheerst, speelt Briegel met alles wat zijn tijd hem aanreikte. Schneider is er ondubbelzinnig over: “Hij kan het hele arsenaal van compositorische mogelijkheden uitspelen. Polyfonie is aanwezig, maar ook concertante elementen, een beetje contrapunt. Alles speelt mee. Dat zie je ook aan hoe hij zijn rustpunten gebruikt: allesbehalve voorspelbaar, maar expressief, ze dienen de tekst.” En hij gaat verder, want het valt op dat Briegel in zijn muziek ook vertrouwde koraalmelodieën oppikt. Stel je voor dat je als 17de-eeuwse toehoorder, gezeten in een kille kerk op een harde bank, plots een vertrouwde melodie hoort in een complexere compositie. Dan heb je niet gewoon een muzikale ervaring, die beleving staat gelijk aan het horen van een bekende stem in een vreemd huis: gerustellend en tegelijk geheel onverwacht. “Alles in zijn muziek wijst vooruit naar de vroege cantate. Wanneer je Briegel hoort, kom je al heel dicht bij een jonge Bach in Weimar. In die zin is Briegel – voor mij – de ontbrekende schakel tussen Schütz en Bach. Dat hoor je gewoon.” De cantate zoals Bach die later zou perfectioneren, was in Briegels tijd nog in wording. “Hij bracht wel al alle ingrediënten bij elkaar voor wat later de cantate zou worden: de retorische tekstbehandeling van Schütz, de concertante elementen, de polyfonie, de koraalintegratie, de dramatische spanningsboog.” Briegel maakte de voorstudie van een kunstwerk dat hij zelf nooit zou voltooien. “Zijn muziek omhelst tal van kleine geheimen, als we daar met z’n allen aandacht voor kunnen hebben, krijgen ze een ongelofelijke kracht.”

Contemplatieve ruimte
Maar welke betekenis heeft boetedoening nog in onze wereld? Schneider interpreteert boetedoening niet als een religieuze schuld, wel als een nederige reflectie over het leven. Geen religieuze oefening dus, maar een menselijke. Ensemble Polyharmonique komt onze ziel alvast niet wegen.
“Voor mij heeft dat veel te maken met wat wij in het Duits ‘Demut’ noemen.” Nederigheid. Een woord dat als balsem klinkt voor Schneider, zeker omdat we er vandaag zo’n tekort aan hebben. “Onze samenleving dwingt ons voortdurend meer te willen, meer te doen, meer te realiseren. Even stilstaan, reflecteren over de kleine en grote dingen, dankbaar zijn voor wat is, dat schiet er daardoor snel bij in. Terwijl we daar misschien wel het meeste nood aan hebben.” Omdat een tekort aan nederigheid zich niet laat aanvullen met een supplement, ziet Schneider muziek als het beste alternatief: “Want in muziek kunnen we een eigentijdse ruimte voor bezinning vinden.”
Ensemble Polyharmonique zou de veertigdagentijd niet in een concert durven te persen, maar wie goed luistert, voelt wel degelijk dezelfde innerlijke opbouw. Van donker naar licht. Stemmen die beginnen als solistische fluisteringen en uitgroeien tot samenklank. Woorden over zonde en schuld die geleidelijk aan een boodschap van verlossing verkondigen. Een ingetogen begin dat zich opent naar steeds bredere, lichtere toonaarden. “Natuurlijk is dit geen Mattheuspassie, maar voor mij is deze compositie net zo fijn en zorgvuldig gemaakt, dat ze minstens even intens doorwerkt. Je moet deze muziek alleen even groots durven te denken”, voegt hij er nog aan toe.
Om Briegels boeteparels eigentijdse spirituele kracht bij te zetten, worden ze afgewisseld met glorieuze polyfonie van Schütz. Zo bouwt Ensemble Polyharmonique telkens een nieuwe contemplatieve ruimte voor u op. Aan u om hier even te vertoeven. Wees welkom!

Julie Hendrickx

 

 

Naar het concert

Ensemble Polyharmonique

26 maart 2026 20:00