Home > Nieuws > AMUZ > These distracted tymes – Kunst in turbulente tijden

These distracted tymes – Kunst in turbulente tijden

In de Engelse 17de eeuw volgden rampen elkaar in een verbijsterend tempo op. In de Burgeroorlog (1642-1651) slachtten royalisten en parlementsgezinden elkaar af en executeerde het volk Karel I. Dat resulteerde in een serie machtswissels, met het Engelse Gemenebest (1649-1653), het protectoraat onder Cromwell (1653-1659), de restauratie met de terugkeer van Karel II, en de Glorious revolution (1688). Er waren militaire conflicten met Ierland, Frankrijk, Spanje en Nederland; vorsten hadden af te rekenen met opstanden en samenzweringen; en daarbij kwamen nog de voortdurende spanningen tussen katholieken en protestanten. Alsof het politieke rumoer nog niet genoeg was, doodde de pestepidemie van 1665 een kwart van de Londense bevolking en veegde de Grote Brand een jaar later 85 % van de stad van de kaart.

Klavieren en muskieten

En toch slaagden de kanonschoten er niet in het leven te overstemmen. Door alle kommer heen, te midden van het bloed en de tranen weerklonken de meest hemelse gezangen. De Engelse barokmuziek bereikt ons als een toonbeeld van expressie en klankrijkdom. Terwijl de troon van bezetter wisselde, schreven componisten als John Blow, Pelham Humfrey, Henry Purcell, Mathhew Locke en de gebroeders Lawes tijdloze muziek.

Hoe verhielden zij zich tot hun rampeneeuw? Als werknemers van de koning zaten ze in ieder geval op de eerste rij van het politieke schouwspel. Daarbij voelden ze de impact van de bestuurlijke onzekerheid: niet zelden bleven betalingen uit door staatsschulden. Toch konden ze ondanks de machtswissels relatief ongestoord verder schrijven aan hun muziek. In hoeverre werden ze geraakt door het rumoer?

Buiten schot bleven ze niet. William Lawes sneuvelde in 1645 in de burgeroorlog aan royalistische zijde, tot groot verdriet van Karel I, die hem liet eren als “Father of musick”. Thomas Tomkins’ A sad pavan for these distracted tymes betreurde vier jaar later de nakende executie van diezelfde koning. En ook los van de macrosociale omwentelingen gingen deze 17de-eeuwse levens niet over rozen; Purcell verloor vier van zijn zes kinderen, en zowel hij als Humfrey overleden voor hun veertigste.

We kunnen slechts gissen hoe ze zich werkelijk voelden bij alle onrust. De dagboeken van John Evelyn en Samuel Pepys geven ons kleurrijke details over de tijd, maar van de componisten vangen we slechts glimpen op. Klonk de oorlog door in hun muziek? Wat betekent het om kunst te maken in turbulente tijden?

We kunnen ons die vraag ook vandaag stellen. Terwijl in Oekraïne en Gaza de bommen vallen, blijven kunstenaars wereldwijd schoonheid scheppen. Enerzijds biedt kunst troost in een al te woelige wereld: opvallend veel nieuwe muziek keert zich naar binnen, met fragiele klanken en immersieve soundscapes. Anderzijds zijn het vaak kunstenaars die ons een andere wereld voorspiegelen. In de literatuur biedt het genre van de klimaatroman de laatste jaren een tegenwicht tegen politieke stilstand.

Hofmuzikanten

Kritiek was voor de 17de-eeuwse componisten niet de beste manier om zich van een inkomen te verzekeren. Blow en zijn opvolger Purcell stonden als organisten van Westminster Abbey rechtstreeks in dienst van de koning, en de mogelijkheid van censuur was er altijd. Hun verhouding met de politiek was er in eerste instantie een van vermaak: cultuur diende ter ontspanning en ter afwisseling van bestuurlijke beslommeringen. De sacrale muziek bestendigde daarbij de goddelijke legitimiteit van het hof.

Als er politieke inhoud bij kwam kijken, dan vooral als propaganda. De hofmuzikanten schreven muziek voor kroningen, overwinningen en begrafenissen, en ze moest vooral de koninklijke glorie benadrukken. Zo roept Purcells Fly, bold rebellion! het volk op om opnieuw gehoorzaam te worden na de Rye House-samenzwering in 1683 tegen Karel II:

Come then, change your notes, disloyal crowd,
you that already have been too loud.
With importunate follies and clamours;
‘tis no business of yours
to dispute the high pow’rs
as if you were the government framers.

De woeligheid van het tijdperk komt ook tot uiting in de klanken van de Engelse barok, in zijn diepe emotionele expressie, van plechtigheid tot breekbaarheid, met een afwisseling van texturen en invloeden.

De kunstenaar als geweten

Meer verholen kritiek was weliswaar mogelijk. In het opkomende genre van de opera speelden tekstschrijvers met politieke thema’s en allegorieën. John Drydens proloog bij Purcells semiopera Dioclesian (1690) stak de draak met William Van Oranjes optreden in Ierland, maar deed dat weliswaar iets te openlijk, en werd dan ook verboden. Toch was er een relatief grote vrijheid om via mythologische of historische omwegen politieke kwesties aan te roeren.

In moeilijke tijden wordt de kunstenaar het geweten van een volk. Kunst houdt een spiegel voor, waarmee men de eigen tijd kan vergelijken, en creëert een besef dat het anders kan. Toni Morrison schrijft dat, precies wanneer de wereld bloedt, de kunstenaar aan het werk moet gaan: niet bezwijken voor het kwaad, maar spreken en helen. Toen ICE in januari twee mensen vermoordde in de Verenigde Staten, gaf Bruce Springsteen met zijn protestlied gehoor aan die oproep: hij gebruikte muziek als verzet en om mensen wakker te schudden.

George Steiners gruwelijke paradox

Maar we moeten opletten met een al te humaniserende blik op de kunsten. Evengoed is de scheppende kracht inzetbaar voor gruwel. Het naziregime steunde op groots georkestreerde propaganda, en moreel kwaad sluit esthetische kwaliteit niet uit. Cineaste Leni Riefenstahl verspreidde met overgave nazi-ideologie in opdracht van Hitler, maar blijft inspireren met haar vernieuwende filmtechnieken.

Mensen die grote kunst consumeren, worden daar ook niet noodzakelijk betere mensen van. Het is de gruwelijke paradox die cultuurfilosoof George Steiner ons voorhoudt: “We weten dat een man ’s avonds Goethe of Rilke kan lezen, dat hij Bach en Schubert kan spelen en ’s ochtends naar zijn werk in Auschwitz kan gaan.” Veel SS-officieren waren hoogopgeleide, gecultiveerde mensen. De schok die WO II veroorzaakte, was precies dat de grootste barbarij kon plaatsvinden in het hart van de westerse beschaving. Adorno en Horkheimer zagen een diepe band tussen de Verlichtingsideologie en concentratiekampen: de obsessie met categorisatie en beheersing liep uit op systematische genocide.

Poëzie schrijven na Auschwitz was volgens Adorno barbaars: de ervaring esthetisch proberen te sublimeren en zegbaar te maken, zou de gruwel ervan ontkennen.

Turbulente tijden en artistieke vernieuwing

En toch kan de kunstenaar niet anders dan scheppen. Misschien brengen turbulente tijden wel meer grote kunst voort, hoe ongemakkelijk dat ook klinkt. Dante liet de spilfiguren van de Florentijnse politieke twisten opdraven in zijn Commedia. Boccaccio verloor zijn vader en dichtste vrienden aan de pest, en schreef tezelfdertijd zijn onsterfelijke Decamerone. De kracht van de 19de-eeuwse realistische literatuur had veel te maken met de paradoxen van de industrialisering; en het modernisme is vervlochten met de fragmentatie door de wereldoorlogen.

Wanneer de oude wereld letterlijk wordt weggevaagd, is er ruimte en urgentie om een nieuwe taal te vinden. Het trauma zoekt een weg naar buiten en er is een gulzigheid naar leven en expressie na de gapende leegte. Dat is niet anders voor de Engelse barok. De breuklijn tussen werelden was al tot magistrale retorische intensiteit gekomen in Shakespeare. Ook in de muziek zorgde ontwrichting voor nieuwe invloeden; Karel II, die met de restauratie terugkeerde uit ballingschap, nam invloeden mee van het vasteland. Hij zond Humfrey naar Frankrijk op studiereis, en maakte Engeland mee tot kruispunt van muzikale tradities en experiment.

Politieke en sociale ontwrichting confronteren ons noodgedwongen met de menselijke conditie in haar barre essentie. Kunst die erin slaagt om die conditie recht in het gezicht te kijken, ontroert en overstijgt in zekere zin de dood die op de loer ligt.

Muzikale mystiek
Dat antwoord lijkt dicht bij de tijdgeest van de Engelse barok zelf te staan. Bij het overlijden van Matthew Locke in 1677 componeerde Purcell de ode What hope for us remains now he is gone? De componist wordt erin afgebeeld als “He / Whose skilful harmony / Had charms for all the ills that we endure.” De muziek is een troost, die de scherpte van smart verzacht. Maar niet als een vlucht van de wereld in een ongevaarlijke harmonie: “His lays to anger and to war could move / Then calm the tempest they had rais’d with love.” Het zijn liederen die zelf met liefde oorlog en storm scheppen, en vervolgens die storm met zachtheid doen verstommen. Door zijn ‘mystieke aanrakingen’ overwint de kunstenaar uiteindelijk het leed:
He with his lyre could call and unite
his spirits to the fight,
and vanquish death in his own field of night.
Met zijn lier verslaat de componist de dood op zijn eigen terrein. Purcell werd bekend als “Orpheus Britannicus”, naar de titel van een postume liederenbundel. Het was Orpheus die door de schoonheid van zijn lierspel toegang kreeg tot de onderwereld. De grote kunstenaar verbrijzelt de grenzen tussen leven en dood, en staat in die zin aan gene zijde van zijn omgeving. Turbulente tijden droegen bij aan de intensiteit die de barokmuziek kenmerkte, maar de autonome kracht van die muziek doet haar uitstijgen boven het leed, en draagt de klanken doorheen de eeuwen tot bij ons. Gelukkig maar, want als we ooit nood hebben aan transcendente schoonheid, dan wel in deze ‘distracted tymes’.

Ana Van Liedekerke

 

Bronnen

  • What hope for us remains now he is gone?’, The LiederNet Archive, https://www.lieder.net/lieder/get_text.html?TextId=1788.
  • George Steiner, Language and Silence, New York: Atheneum, 1967, p. ix.
  • J. A. Westrup, Purcell, Oxford: Oxford University Press, 1995.
  • Toni Morrison, “No Place for Self-Pity, No Room for Fear”, The Nation, 6 April 2015.
  • William Gibson, “Music at the British Court, 1685-1715”, The Mélanges de l’École française de Rome – Italie et Méditerranée modernes et contemporaines (MEFRIM) 133(2), 2021.

Naar het concert

Alex Potter & friends

06 maart 2026 20:00