Home > Nieuws > AMUZ > Een gesprek met contratenor Alexander Chance over Fretwork, Gibbons & Muhly

‘Laten we het leven vieren zolang we hier zijn’

Contratenor Alexander Chance over Fretwork, Gibbons & Muhly

 

Zijn website verraadt een hectisch muzikantenbestaan. Op het moment van dit interview start Alexander Chance (°1992) in het Badisches Staatstheater Karlsruhe samen met René Jacobs en het Freiburger Barockorchester de repetities op voor Händels opera Tamerlano. Op 7 februari brengt hij in AMUZ samen met het Britse gambaconsort Fretwork een programma rond virginalist Orlando Gibbons (1583-1625).

Chance is duidelijk verknocht aan Gibbons’ muziek. Tijdens het interview bladert hij vol enthousiasme door een stapel partituren en staat hij meermaals stil bij een tekst die hij fantastisch vindt. “Tijdens een van mijn eerste concerten ooit zong ik Gibbons’ What is our life? De tekst van dit madrigaal is van de hand van de Elizabethaanse staatsman Sir Walter Raleigh. Die was veroordeeld voor hoogverraad en zat toen hij dit schreef een levenslange gevangenisstraf uit in de Tower of London. Raleigh vergelijkt het menselijke leven met een toneelstuk. Hoewel de tekst een reflectie is over de vluchtigheid en de schijnbare trivialiteit van ons bestaan, schuilt er voor mij ook een uitnodiging in: laten we het leven vieren zolang we hier zijn.”
“What is our life? A play of passion,
our mirth the music of division,
our mothers’ wombs the tiring houses be,
where we are dressed for this short comedy.
Heaven the judicious sharp spectator is,
that sits and marks still who doth act amiss;
our graves that hide us from the searching sun,
are like drawn curtains when the play is done.
Thus march we playing to our latest rest;
only we die in earnest, that’s no jest.”

Hoe vertaalt Gibbons deze teksten in muziek?
“Gibbons’ muziek klinkt misschien eenvoudig, toch is ze technisch erg verfijnd. Hij is een meester in het bereiken van verregaande emotionele diepgang zonder daarbij te overdrijven. The silver swan, zijn bekendste madrigaal, is daar een mooi voorbeeld van. In nauwelijks een minuut muziek hoor je een zwanenzang vol zoete samenklanken, soms pijnlijke dissonanten en een perfecte tekstzetting. Eigenlijk klinkt Gibbons’ muziek heel tijdloos en best ook modern. Dat ligt vooral aan de voortdurende harmonische verschuivingen. De gambisten van Fretwork slagen er steeds erg goed in om het ene instrument in het andere te laten overvloeien. Als zanger vind ik het dan een best moeilijke, maar vooral ook heerlijke uitdaging om uit die klankwereld tevoorschijn te komen en te doen alsof ik een soort extra viola da gamba ben.”

Tijdens het concert voeren jullie ook My days van de Amerikaanse componist Nico Muhly (°1981) uit. Vanwaar die keuze?
“Mulhy componeerde dit werk eigenlijk al in 2012, maar de opname verscheen pas vorig jaar, ter gelegenheid van de 400ste sterfdag van Gibbons. My days is een eerbetoon aan Gibbons: je hoort dat zowel in de tekst als in de manier waarop Muhly de gambisten een contrapuntisch weefsel laat spinnen. Muhly combineert Psalm 39 met een heel ongewone – het is eigenlijk een verslag van een autopsie – beschrijving van Gibbons’ plotse en schokkende dood op amper 41-jarige leeftijd. Zelf omschrijft Muhly My days als een “geritualiseerde herdenking”. Muzikaal gaat hij verder dan enkel een herinnering aan Gibbons. Om de smart van Gibbons’ dood te onderstrepen, moeten de gambisten ook af en toe hun grenzen verleggen en bijna gewelddadige klanken voortbrengen.”

Hoe kwam u ertoe om met Fretwork samen te werken?
“Dat is een wel heel bijzonder verhaal. Het heeft alles te maken met mijn vader (de alom bejubelde contratenor Michael Chance n.v.d.r.). Die werkte in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw heel intensief samen met Fretwork. Toen ik amper negen jaar was, mocht ik voor het eerst met hen meespelen tijdens een ceremonie naar aanleiding van het overlijden van mijn grootmoeder. Ik speelde toen een van de stemmen uit Gibbons’ What is our life? op blokfluit.”

U begon dus als blokfluitist. Hoe bent u uiteindelijk toch zanger geworden?
“In het Verenigd Koninkrijk leer je in de muzieklessen op school vaak blokfluit spelen. Ik ken heel wat Engelse zangers die de blokfluit meteen ernstig hebben genomen en het instrument zijn blijven bespelen. Zelf ben ik ermee doorgegaan tot mijn achttiende. Ik behaalde een blokfluitdiploma nog voor het zingen echt de bovenhand nam. Misschien is er wel een verband tussen beide: blokfluit spelen lijkt eenvoudig, maar in werkelijkheid is het een grote uitdaging om dit instrument echt zuiver te laten klinken. Het is een erg delicaat instrument. Zodra je een klank forceert, klinkt een blokfluit onaangenaam. Eigenlijk geldt dat ook voor de stem van een contratenor.”

Als kind had u het voorrecht koorknaap te worden in Oxford. Wat hebt u daar zoal geleerd?
“Mijn zangleraar op school heeft me aangemoedigd om te kandideren voor een koorscholarship in Oxford. We mogen ons in het Verenigd Koninkrijk gelukkig prijzen met die traditie: hoogstaand kooronderricht gaat er hand in hand met kwaliteitsvolle brede studies. Ik kreeg er gratis zanglessen, verdiepte me overdag onder meer in klassieke literatuur en mocht ’s avonds steeds weer ‘nieuwe’ muziek ontdekken. Ik leerde er mijn tijd beheren, goed voor mijn stem zorgen, van het blad lezen, samenwerken en heel veel meer. Het is een holistische onderwijsvorm waarvan ik vrees dat we die stilaan aan het verliezen zijn.”

U musiceert opvallend vaak met Belgische ensembles. Vanwaar die band?
“België heeft een heel sterke reputatie op het vlak van oude muziek. Voor een contratenor is er altijd wel werk te vinden. Ik prijs me gelukkig dat ik als solist al kon samenwerken met ensembles als Vox Luminis, Il Gardellino en Collegium Vocale Gent. Daardoor ken ik intussen heel wat Belgische concertzalen. AMUZ is wel een beetje mijn favoriete plek. De zaal is werkelijk ideaal voor kamermuziek. Ik hou van de akoestiek en van de smaragdgroene kunstwerken.”

 

Elise Simoens

Naar het concert

Fretwork & Helen Charlston

07 februari 2026 20:00