Home > Nieuws > AMUZ > Romina Lischka (Hathor Consort) – het ideale consort

Het ideale consort

 

Doet een gambaconsort u ook denken aan van die matroesjka-popjes? Elke unieke stem bevat tegelijkertijd ook de andere. Allemaal dragen ze de klank van de andere in zich, groot en klein tegelijk. Nu kent niemand de viola da gamba zoals Romina Lischka, artistiek leider van het Hathor Consort en een van de protagonisten van VIOLA DA GAMBAinPRIMETIME: sierlijk beweegt ze zich al jaren in het spanningsveld tussen individuele stem en gedeelde klank.

Na bijna zeven jaar is de set gamba’s van Hathor Consort eindelijk compleet: zes stemmen met eenzelfde kleur. Lischka vertelt dat de instrumenten uit het atelier van Bram Peters komen. En ook de klank, ze omschrijft hem als “heel zacht en met veel resonantie” en kenmerkend voor Peters’ werk. De instrumenten werden gemaakt uit voornamelijk Italiaanse en Franse esdoorn, met bovenbladen van Frans vurenhout. Wie zich afvraagt waarom er vandaag nieuwe instrumenten worden gebouwd om er vervolgens vierhonderd jaar oude muziek mee uit te voeren, moet weten dat historische consortinstrumenten – in tegenstelling tot matroesjka’s – de geschiedenis zelden overleven als een complete set. En, ook in hun eigen tijd klonken consorts zelden onder ideale omstandigheden: instrumentensets waren altijd al makkelijk te verdelen, muzikanten trokken rond (soms samen, dan weer apart), instrumenten gingen stuk, werden gestolen … Consorts moesten het ook toen vaak stellen met instrumenten van verschillende bouwers. Hathor Consort beschikt vandaag wel over een homogene klank; de ideale omstandigheden komen soms toch samen.

Voor en na
“Verschillende viola da gamba’s kunnen nooit zo’n perfect geheel vormen als een consort van één instrumentenbouwer.” Romina beschrijft het als een grote multidimensionale puzzel van verschillende modellen, houtsoorten, vormen en daardoor ook balansproblemen. “De bassen waren soms niet aanwezig genoeg, de sopranen dan weer te luid en de middenstemmen kwamen niet goed genoeg door. De zes gamba’s die we nu hebben, mengen echter tot één instrument, met een klank waar nergens een puzzelstuk uitsteekt of afbreekt.” Let u wel op: de klank die u zal horen, is het resultaat van veel overleggen, bespreken en nog meer spelen. Niet die van een geplaatste bestelling. Want ook nieuw opgeleverde instrumenten hebben tijd nodig om zich te ontwikkelen. “Tot een jaar lang werk je aan die klank: je past de stemstok aan, de brug, we experimenteren met strijkstokken … Hoe meer je erop speelt, hoe meer je het instrument begrijpt.”

Het groeiproces van het consort doet zich ook voor in de muziek. Want geen muziek verlangt meer naar een onderlinge samenhang tussen de instrumenten dan consortmuziek, dat weet ook Lischka. “Sinds we de zes instrumenten hebben, is de klank beter. Vooral de twee lage bassen hebben het consort echt vervolledigd.” Ze haalt de muziek van William Lawes aan, die voorheen – in haar oren – nooit echt overtuigend klonk. “Nu houdt Lawes klankmatig wél steek. De muziek ‘staat’ beter. Ik ben er zelfs van overtuigd dat we op dit moment het allerbeste consort hebben om zijn muziek uit te voeren.”

Consort in beweging
Niet alleen voor Hathor Consort was Lawes’ muziek een ideale lakmoesproef, in zijn eigen tijd was hij misschien ook wel een soort spanningsmeter. Tijdens en kort na zijn leven – net op dat punt waar de renaissance uitloopt in de wieg van de vroege barok – gold Lawes als een van de creatiefste en meest verfijnde componisten aan het Engelse hof. Zijn tijdgenoten herkenden vooral zijn vernieuwingsdrang; wij zouden dat vandaag durven omschrijven als een Beethoven-achtige vanzelfsprekendheid waarmee hij schurende thema’s en gedurfde harmonieën hanteert. Net als Beethoven had Lawes trouwens het potentieel om uit te groeien tot een cultfiguur, maar door het uitbreken van de Engelse Burgeroorlog en zijn vroege dood ontplooiden zijn visie en impact zich nooit ten volle.

Met het concert Music at the Whitehall Palace volgt Hathor Consort de klank van Lawes. In het lecture-concert – de aftrap van VIOLA DA GAMBAinPRIMETIME – wordt zijn stem dan weer in een bredere muzikale beweging geplaatst: samen met Nicole van Opstal maakt Hathor Consort daar het fascinerende verhaal van de Engelse consortmuziek hoorbaar. Niet als een historische opsomming, wel als een muzikale beweging. Want deze muziek ontstond niet uit één visie of stijl, maar was een bezield netwerk van componisten die elkaar beïnvloedden, tegenspraken en voortstuwden. Binnen dat landschap tekende zich een duidelijke evolutie af.

William Byrd legde de basis: helder en klassiek, pure Engelse polyfonie. Lischka: “Je hoort het in de manier waarop thema’s zorgvuldig door de stemmen worden doorgegeven en geïmiteerd.” Orlando Gibbons en John Jenkins zetten die lijn verder, maar verfijnen haar ook: “Gibbons creëerde meer vrijheid in de vorm, terwijl Jenkins de Engelse traditie dan weer verrijkte met Italiaanse invloeden.” Met John Cooper, beter bekend als Coprario, veranderde het speelgevoel merkbaar. “Zijn fantasieën werden sterk door de vocale muziek geïnspireerd, je moet ze vandaag dan ook bijna zingen.” En zoals u ondertussen weet, zette Lawes vervolgens alles op scherp. En dan komt Henry Purcell op de proppen, bij wie alles lijkt samen te vallen: hij vatte niet alleen de consorttraditie samen, maar opende tegelijkertijd de deur naar een nieuw perspectief waarin het theatrale en scenische al voelbaar aanwezig waren.

Stem binnen stem
Al die stijlverschillen, kleuren, variaties en verhalen wil Lischka, samen met Nicole Van Opstal, hoorbaar maken. Want “als je er niet mee bezig bent, hoor je ze niet meteen.” Wie zich dieper in de consortmuziek begeeft, zal merken dat luisteren hier geen puur intellectuele oefening hoeft te zijn. Het is muziek die tijd vraagt en een aanwezigheid – van u, de luisteraar – die trager is, lichamelijker. “Je kan het luisteren niet afdwingen, enkel laten ontstaan. Wanneer ik speel, is het voor mij soms voelbaar: sommige luisteraars zijn meteen ‘mee’ in het concert, anderen hebben even tijd nodig. We komen tenslotte allemaal vanuit een andere context naar het concert; zowel fysiek, mentaal als emotioneel.”

In die zin is een concert toch een beetje een eigenaardig gegeven, het is geen eindpunt, maar een kort moment waarop alles samenvalt: de stemmen, de klank, de aanwezigheid. De muziek gaat van de pen van de componist door de handen van de instrumentenbouwer en die van de muzikant uiteindelijk naar het oor van de luisteraar, die langzaam leert horen wat er altijd al was. En elke generatie pennen, handen en oren draagt de vorige in zich en geeft ze door aan de volgende. VIOLA DA GAMBAinPRIMETIME nodigt uit tot dat soort luisteren: één instrument met ontelbare verhalen. Als nestpopjes dragen de concerten elkaar.

Julie Hendrickx

Naar de concerten

Hathor Consort & Nicole Van Opstal

31 januari 2026 20:00

Hathor Consort

05 februari 2026 20:00