Home > Nieuws > AMUZ > De herfstklanken van Brahms

De herfstklanken van Brahms

 

De Australische Nicola Boud woont al jaren in België en wordt door de beste orkesten gevraagd voor haar uitmuntende spel op alle soorten historische klarinetten. Samen met Anthony Romaniuk, eveneens een graag geziene gast op het podium van AMUZ, presenteert ze op zondag 7 december a.s. enkele van Brahms’ mooiste kamermuziek- en pianowerken. Ze vertellen hoe ze komen tot een historisch verantwoorde uitvoering van dit repertoire voor een publiek van vandaag.

Brahms componeerde de Klarinetsonaten, opus 120 in de zomer van 1894 in Bad Ischl, een mooi kuuroord omgeven door water en bossen, waar hij aan het einde van zijn leven jaarlijks naartoe ging. Geïnspireerd door diezelfde omgeving had hij eerder het Klarinettrio, opus 114 en het Klarinetkwintet, opus 115 gecomponeerd. Deze werken kwamen voort uit Brahms’ creatieve heropleving in zijn laatste jaren, aangewakkerd door de klank van een instrument dat hij eerder nauwelijks had erkend. De twee Klarinetsonaten zijn misschien wel de meest persoonlijke van deze vier werken, en werden geschreven voor klarinettist en vriend Richard Mühlfeld. Brahms ontmoette Mühlfeld voor het eerst in 1891, nadat hij hem had horen spelen met het hoforkest van Meiningen. Mühlfeld was grotendeels autodidact en had in hetzelfde orkest eerder een functie bekleed als violist. Zijn spel fascineerde Brahms, hij werd er zo diep door geraakt dat hij Mühlfeld liefkozend “Fraülein Klarinette” noemde, en hem omschreef als de nachtegaal van het orkest. Niet alleen vanwege Mühlfelds verfijnde techniek, maar ook door de vocale warmte van zijn klank: nobel, intiem en getint met menselijke kwetsbaarheid. Deze sonaten zijn dialogen; meditatief, teder, soms treurig, maar altijd met helderheid en evenwicht.

“Voor mij voelt het benaderen van de twee Klarinetsonaten, opus 120 als een allesomvattende reis die je tegelijk achterlaat met veel vragen en verwondering. Hoe zouden de sonaten hebben geklonken toen ze voor het eerst werden uitgevoerd? In hoeverre werd er bij de uitvoering vrijheid en flexibiliteit genomen qua tempo? We hebben veel beschrijvingen en verslagen van zowel Brahms’ pianospel als Mühlfelds zeer individuele spel, en er zijn zelfs enkele opnamen van Brahms aan de piano”, vertelt Nicola Boud. “Willen we echt proberen dit te imiteren of laten we ons beter inspireren door wat we weten over de uitvoeringspraktijk uit die tijd? Laten we ons raken door de directheid en oprechtheid van deze werken, waardoor de muziek net zo levendig, menselijk en aanwezig wordt voor de luisteraars van vandaag?”

“Het spelen van deze sonaten op een 19de-eeuwse klarinet bepaalt echt de klank van de muziek”, licht Boud toe. “Het instrument dat ik bespeel, is een kopie van Mühlfelds eigen Ottensteiner-klarinet, een Duits instrument, gemaakt van buxushout met een warme, korrelige resonantie. Het heeft minder kleppen dan een moderne klarinet en een smallere boring, waardoor het een zachter, meer vocaal geluid produceert. Hoewel veel noten met kleppen kunnen worden gespeeld, werkt het oude vingerzetsysteem van vroegere klarinetten nog steeds uitstekend op deze instrumenten, waarbij sommige noten met vorkgrepen moeten worden genomen. Hoewel deze noten voor moderne oren zwak of gedempt kunnen klinken, bieden ze veel kleurmogelijkheden, vooral in deze werken. De beperkingen zijn tegelijkertijd de sterke punten: elke noot vereist een zorgvuldige afweging, waardoor een vormgeving van lijn en kleur ontstaat die intens menselijk aanvoelt. Ook de piano uit Brahms’ eigen klankwereld – in ons geval een Steinway uit 1875 – verandert de aard van de dialoog, met duidelijkere texturen en een natuurlijker evenwicht in klankbalans. Zo zweeft de klarinet niet boven een zee van geluid (zoals bij een veel latere of moderne piano), maar voelt het alsof beide instrumenten als gelijken met elkaar spreken. Het is spannend om de zachtste dynamische aanduidingen te kunnen fluisteren, en er is ruimte tussen de noten en een natuurlijk uitsterven van elke frase waarover beide instrumenten het van nature eens zijn.”
Pianist Anthony Romaniuk vult aan: “Zoals Nicola aangeeft, is onze interpretatie van deze werken gebaseerd op een grondige kennis van de 19de-eeuwse uitvoeringspraktijk. Maar omdat veel van de standaard muzikale gebaren uit die tijd voor onze moderne oren nogal radicaal klinken, proberen we die kloof te overbruggen door bepaalde expressieve middelen te gebruiken die ons ter beschikking staan, maar op een manier die nog steeds begrijpelijk is voor de oren van de hedendaagse luisteraar. Zo zijn bijvoorbeeld zowel arpeggio’s als asynchronie tussen de handen – beide integrale onderdelen van het expressieve palet van de 19de-eeuwse pianist – aanwezig in mijn spel, maar ik heb geprobeerd ze subtiel en waar nodig in te zetten, eerder als hulpmiddel voor een grotere expressie, dan als een altijd aanwezige gewoonte. Het doel dat dit soort ritmische/horizontale flexibiliteit stimuleert, moet een muzikaal doel zijn, meestal met het oog op het benadrukken van bepaalde expressieve momenten.”

Naast de twee Klarinetsonaten speelt Anthony Romaniuk Brahms’ Drie intermezzi, opus 117 uit 1892, die tot de absolute meesterwerken uit zijn pianoliteratuur behoren en qua sfeer prachtig aansluiten bij de werken met klarinet. Sfeervolle werken uit de herfstdagen van Brahms’ leven, ideaal voor een herfstige zondagnamiddag in AMUZ.

Naar het concert

Nicola Boud & Anthony Romaniuk

07 december 2025 15:00