Alla francesca jeune ensemble speelt op 29 augustus een concert dat helemaal in het teken staat van de muziek van de Parijse Notre-Damekathedraal. Terwijl steenhouwers de Notre-Dame uit de grond stampten, sleutelden musici er aan een nieuwe klankarchitectuur. Alla francesca treedt aan met vocaal trio, vedel, gotische harp en percussie voor dansante motetten, kunstige conductussen, plechtige hymnen en speelse rondeaus die zich niet door de grenzen van het gebruikelijke laten remmen. Met deze genereuze muziekselectie uit bronnen als het Magnus liber organi kerft het ensemble een doorkijkje naar 13de-eeuws Parijs, waar het even hard hamerde in de koorbanken als op de steigers.
Laus Polyphoniae biedt een podium aan internationaal gevestigde waarden en aan jong talent. Met Alla francesca jeune ensemble vangen we twee vliegen in één klap. Brigitte Lesne, initiatiefneemster van het ensemble, richtte in het begin van de jaren 1990 Alla francesca op, dat seculiere muziek van de middeleeuwen uitvoert. Met Discantus, in dezelfde periode opgericht, verkende ze het sacrale repertoire van de middeleeuwen. In ruim dertig jaar heeft Lesne met beide ensembles een fenomenaal parcours afgelegd, met meer dan veertig opnamen en honderden concerten. Haar rijke ervaring wilde ze erg graag met jonge muzikanten delen. In 2020 richtte ze daartoe Schola de la Sainte-Chapelle op, een ensemble waarin jonge professionele zangers naast meer ervaren collega’s alle geheimen van het sacrale middeleeuwse repertoire ontcijferen. In april kon u hen reeds aan het werk zien in AMUZ; als opmaat voor Laus Polyphoniae brachten ze middeleeuwse gezangen uit de Parijse Notre-Dame. Vervolgens wilde Lesne een gelijkaardige formatie leven inblazen voor het wereldlijke middeleeuwse repertoire. Begin 2024 startte ze met Alla francesca jeune ensemble; jonge muzikanten die haar passie voor middeleeuwse muziek delen, krijgen de kans om hun kennis van het repertoire op te krikken en podiumervaring op te doen.
“Ik wijd nu al ruim veertig jaar van mijn leven aan de middeleeuwse muziek. Mijn carrière begon bij Ensemble Gilles Binchois, waar ik twaalf jaar heb gezongen voor ik me volledig toelegde op Discantus en Alla francesca. Het lijkt me dan ook logisch dat ik in mijn huidige levensfase mijn passie, kennis en ervaring aan jonge muzikanten wil doorgeven”, legt ze uit. Alla francesca werkt reeds lang met jonge muzikanten, maar Lesne wilde nog een stap verder gaan. Sinds meerdere jaren geeft ze cursussen en workshops aan het Centre de musique médiévale in Parijs, verbonden aan het Musée de Cluny, waar ze jonge muzikanten en zangers leerde kennen die verder wilden met het middeleeuwse repertoire. “Een van die zangeressen is Maud Haering, die ondertussen al vier jaar meezingt met Discantus en ook al een weg heeft afgelegd in andere oudemuziekensembles”, vertelt Lesne over de leden van Alla francesca jeune ensemble. “Ook Mathias Lunghi heeft aan het centre cursussen bijgewoond en vervolgens de lessen gevolgd aan het MIMA aan de Sorbonne (Master d’Interprétation des Musiques Anciennes – option Médiévale), waar ik vier jaar heb lesgegeven. Het is in die masteropleiding dat ik ook Camile Macinenti heb leren kennen. In 2024 bood de gelegenheid zich om drie programma’s uit te werken met een kleine bezetting, en heb ik de drie jonge stemmen samengebracht. Zo is de idee van het ‘jeune ensemble’ gegroeid. Voor het concert tijdens Laus Polyphoniae vervoegt Nolwenn Le Guern ons. Ze is vedelspeelster en speelt al meerdere jaren met Discantus en Alla francesca.”
Alla francesca jeune ensemble is dus de perfecte springplank voor jonge, gepassioneerde musici die reeds een opleiding in de oude muziek achter de rug hebben. Ziet Brigitte Lesne hier een taak weggelegd die conservatoria niet op zich nemen? “In Frankrijk worden jonge muzikanten aan het begin van hun carrière wel door conservatoria begeleid, maar het aantal scholen dat een opleiding aanbiedt waar studenten zich kunnen specialiseren in het middeleeuwse repertoire, is beperkt. Nochtans vormt die muziek de basis van de westerse muziek”, verdedigt Lesne. “De gregoriaanse semiologie, de monodische en polyfone liturgische gezangen van de 11de, 12de, 13de eeuw, de hoofse liederen van de troubadours en trouvères … Volgens mij is er nog een lange weg af te leggen voor dit repertoire een vaste plek krijgt in de huidige structuren van het onderwijs.”
Boulimische interesse voor historische bronnen
Lesne is reeds lang gefascineerd door historische bronnen. Zelf spreekt ze van een “boulimische drang” om manuscripten te bestuderen. Jarenlang was ze een regelmatige bezoeker van de manuscriptenafdeling van de Bibliothèque nationale de France. De laatste jaren is het onderzoek eenvoudiger geworden dankzij de vele digitalisaties van historische bronnen die online beschikbaar zijn. “Ik werk steevast met manuscripten of met facsimile’s. Die passie is ontstaan toen ik op mijn 20ste mijn eerste stappen in de oudemuziekwereld zette tijdens een stage bij René Clémencic”, licht Lesne toe. “Hij had bij het begin van de stage enkele facsimile’s voorzien en tot aan het concert hebben we daarmee gewerkt. Het was een uitzonderlijke ervaring die mijn leven als muzikante heeft vormgegeven! Wanneer je middeleeuwse muziek uitvoert, merk je algauw dat slechts een klein deel van het repertoire is uitgegeven. Als we de muziek willen verrijken voor het publiek, moet je je dus tot de bronnen wenden. De opleiding muziekpaleografie is onmisbaar en het onderwerp boeit me al mijn hele leven. Voor elk programma dat ik samenstel, geniet ik ervan om werken te ontdekken in de oude manuscripten en er transcripties van te maken. Dat betekent dat ik vele uren zoet ben, maar de keuzes die je in deze fase van het lezen en transcriberen maakt, zijn bepalend voor de rest van het project. Voor de uitvoering van het sacrale en seculiere monodische repertoire stel ik steeds aan de meer doorgewinterde zangers voor om vanuit een facsimile te zingen. Tegelijk maak ik een transcriptie die nauw aansluit bij de originele notatie. Voor het polyfone repertoire stel ik een eerste lezing voor met het facsimile, ofwel maak ik zelf een transcriptie, ofwel baseer ik me bij het latere repertoire op reeds gemaakte uitgaven en wijzig enkele zaken indien nodig.”
Brigitte Lesne wil het belang van de historische bronnen blijven onderstrepen. Conservatoria besteden weinig aandacht aan het aanleren van tools om de manuscripten te ontcijferen. “Voor de conservatoria is het geen prioriteit en vele studenten zien er het belang niet van in om de codes te kraken. Ik ben er nochtans van overtuigd dat het voor elke muzikant een verrijking kan zijn om te worden geconfronteerd met een notatiesysteem dat anders is dan hetgene je in de notenleerlessen hebt geleerd; om stil te staan bij de lange weg die is afgelegd om te komen tot het notatiesysteem dat vandaag gangbaar is. Je denkt na over een andere logica van muzieknotatie en de andere parameters die een muzikale lijn vormgeven.”
Door de jaren heen heeft Lesne het landschap van de oude muziek zien evolueren. Over de jonge generatie van muzikanten vertelt ze met veel optimisme. “Ik heb veel vertrouwen in de dynamiek en de energie die leven bij jonge muzikanten. Ze zijn nieuwsgierig en erop gebrand om het oude repertoire te doen herleven. De toekomst ligt in de handen van een generatie die de kans heeft gekregen om zich te specialiseren in het repertoire dat hen na aan het hart ligt, zowel voor de middeleeuwen, de renaissance als de barok. Veertig jaar geleden lagen de kaarten anders, ook al wat de toegang tot de historische bronnen betreft. Vandaag zijn er bovendien instrumentenbouwers actief met een enorme kennis van historische instrumenten uit alle periodes. Ik hoop dat jonge musici het doorzettingsvermogen bezitten om verder op zoek te gaan naar onbekend repertoire en om dat aan het publiek voor te stellen. Tegelijk hoop ik dat festivals als Laus Polyphoniae nog lang kunnen blijven bestaan om oude muziek een plek in de wereld te geven. Het is een feit dat we een onzekere periode meemaken, met in Frankrijk bijvoorbeeld veel besparingen op het vlak van cultuur in het algemeen, en het onderzoek en de uitvoerende kunsten in het bijzonder. We zullen een goed gesternte nodig hebben!”
Frederic Delmotte