De hoorn onderging in de 19de eeuw een grondige make-over. Eeuwenlang produceerde het instrument enkel natuurtonen, maar de ventielhoorn bracht in de jaren 1830 radicale verandering. Plots waren alle chromatische noten bereikbaar, ontstonden nieuwe klankkleuren en repertoiremogelijkheden. Met de keuze voor natuurhoorn als protagonist in zijn Hoorntrio, opus 40 zwom Brahms bewust tegen de stroom in; de ingetogen, bijna melancholische sound paste beter bij de intieme wisselwerking tussen de drie instrumenten die hij in gedachten had. Carl Reinecke schreef zijn Hoorntrio en Nocturne wél voor de ventielhoorn. Hier klinken beide types, zodat u het contrast zelf kan ervaren. Het programma van violiste Midori Seiler, hoornist Pierre-Antoine Tremblay en klavierspecialist Edoardo Torbianelli verbindt drie musici uit het Leipziger muziekmilieu: Reinecke, Brahms en ook Clara Schumann – toppianiste, componiste van eerste rang en spilfiguur in de kamermuziekscene van de Gründerzeit.
Programma
J. Brahms: Hoorntrio in Es, opus 40 | C. Reinecke: Hoorntrio in a, opus 188 | Nocturne voor hoorn en piano, opus 112 | C. Schumann: Romances voor viool en piano, opus 22
Uitvoerders
Midori Seiler, viool | Pierre-Antoine Tremblay, hoorn | Edoardo Torbianelli, piano
