Rond 1600 waait er een nieuwe wind door Centraal-Europa. Vanuit Venetië reizen ideeën noordwaarts: meerkorigheid, schitterende klankkleuren en een muzikale flair die het Franco-Vlaamse contrapunt nieuw leven inblaast. Hans Leo Hassler absorbeert die Venetiaanse gloed bij Andrea Gabrieli en vertaalt haar naar een elegante, transparante stijl in Nürnberg. Jacob Regnart mengt zijn polyfone ambacht met de populaire villanella tot een sprankelende, dansante signatuurstijl waarmee hij in Praag furore maakt. New York Polyphony – een ensemble wereldwijd geprezen om zijn rijke, natuurlijke klank en superieure muzikantschap – laat horen hoe beide componisten zuiderse schwung met noordelijke diepgang verzoenen. Rond Hasslers Missa super Dixit Maria ad Angelum ontvouwt zich een mozaïek aan motetten, psalmen en liederen, aangevuld met zelden uitgevoerd werk van de enigmatische Michael Tonsor.
