Home > Nieuws > Laus Polyphoniae > Componist Claude Le Jeune: koorddansen als hugenoot

Componist Claude Le Jeune: koorddansen als hugenoot

Huelgas Ensemble presenteert tijdens Laus Polyphoniae psalmzettingen van Claude Le Jeune. Het parcours van deze componist werd grotendeels bepaald door de godsdiensttwisten die de 16de eeuw teisterden.

Valenciennes
Claude Le Jeune werd omstreeks 1530 geboren in Valenciennes, de toenmalige hoofdstad van Henegouwen, die in die tijd een bastion was van hugenoten (Franse protestanten). De textielhandel met het Heilige Roomse Rijk had echter ook Luthers controversiële gedachtegoed geïmporteerd in de stad en er stevig wortel geschoten. Represailles van de katholieke kerk tegen deze ‘ketters’ bleven niet uit: de eerste brandstapels werden vanaf 1531 georganiseerd. Veroordeling, gevangenisstraf, confiscatie van eigendom, verbranding en onthoofding werden het lot van vele hugenoten. Maar zelfs de strenge verordeningen die keizer Karel de stad oplegde, volstonden niet om het protestantisme in Valenciennes de kop in te drukken. Te midden van deze godsdienstoorlogen groeide Claude Le Jeune op in een familie van militante hugenoten. Waar Le Jeune zijn muzikale opleiding genoot, is niet bekend. Was het aan de kathedraalschool van Notre-Dame-la-Grande in Valenciennes of werd hij, zoals vele kinderen van hugenoten, naar het ‘veilige’ (protestantsgezinde) Genève gestuurd?

Parijs
Rond 1560 vinden we Claude Le Jeune terug in de Parijse gemeenschap van hugenoten. De Parijse muziekuitgever Le Roy et Ballard publiceert in 1564 de bundel Dix pseaumes de David, nouvellement composez a quatre parties en forme de motets … par Claudin Le Jeune, door Le Jeune opgedragen aan twee vooraanstaande persoonlijkheden van de Parijse hugenotengemeenschap, die ook banden hadden met het koninklijke hof. Le Jeune weet carrière te maken in de Parijse middens: in de jaren 1570 wordt hij het belangrijkste lid van de door de koning ondersteunde Académie de Poésie et de Musique, en in 1582 wordt hij benoemd tot ‘maistre de la musique’ aan het hof van de duc d’Alençon, de broer van koning Henri III. Meer dan 300 (!) chansons van Le Jeune worden vanaf 1572 gepubliceerd door Le Roy et Ballard.

 

Bartholomeusnacht
Toch leidde Le Jeune geen onbekommerd bestaan. De katholieke haat tegen hugenoten bleef bestaan en culmineerde in de beruchte Bartholomeusnacht (23/24 augustus 1572) toen in Parijs alleen al meer dan duizend hugenoten op bloedige wijze werden afgeslacht. Niemand werd gespaard, zeker de hogere adel niet, maar ook componisten en schrijvers werden slachtoffer. Claude Le Jeune ontsprong de dans, maar zijn protestantse collega-componist Claude Goudimel werd vermoord.

Wanneer in de jaren 1580 de ene na de andere beschermheer van Le Jeune wordt vermoord (o.a. in 1584 Le prince d’Orange en in 1589 de protestantsgezinde koning Henri III), is het ook voor hem duidelijk dat hij de vlucht moet nemen. Hij probeert Parijs in 1590 te verlaten in het gezelschap van zijn (katholieke!) collega Jacques Mauduit via de Porte St.-Denis. Wat er toen is gebeurd, weten we dankzij een beschrijving in het boek Harmonie universelle (1636) van de Franse filosoof, wetenschapper en geschiedschrijver Marin Mersenne: aan de stadspoort van St.-Denis wordt Claude Le Jeune aangehouden, gevangengenomen en beschuldigd van het bezit van een hugenotenpamflet en een reeks psalmpartituren. Na een korte schermutseling weet Mauduit de soldaten te overtuigen van de muzikale beroemdheid die Le Jeune was, en redde hij daarmee niet alleen Le Jeunes leven, maar ook een van de belangrijkste psalmverzamelingen die later zou worden uitgegeven.

La Rochelle
Claude Le Jeune vestigde zich in La Rochelle, een van de weinige steden die voor protestanten nog veilig was. Daar publiceerde hij in 1598 zijn Dodecacorde contenant douze pseaumes de David, mis en musique selon les douze modes, approuvez des meilleurs autheurs anciens et modernes … par Cl. Le Jeune, compositeur de la musique de la chambre du Roy. Toen Henri IV in april 1598 het Edict van Nantes ondertekende – wat godsdienstvrijheid betekent voor de hugenoten in Frankrijk – keerde Le Jeune terug naar Parijs. Hij stierf er in 1600 en werd met alle eer begraven op het protestantse kerkhof van La Trinité.

Psalmcomponist
Claude Le Jeune componeerde meer dan 330 psalmzettingen, wat hem meteen tot de belangrijkste psalmcomponist van de renaissance maakt. De grote meerderheid van deze composities werd pas na zijn dood uitgegeven in zes volumes, meestal onder supervisie van Le Jeunes zus, Cécile. Psalmen, vertaald in de volkstaal, maken een belangrijk deel uit van de protestantse godsdienstbeleving. Een jaar na zijn dood verscheen een uitgave met 150 van Le Jeunes psalmen, in eenvoudige, homofone zettingen voor vier (soms vijf) stemmen. De psalmen moeten vooral voor de lokale, familiale bijeenkomsten bedoeld zijn geweest, om tijdens geheime bijeenkomsten de liturgie op te luisteren. De publicatie werd een succes, met talrijke herdrukken en zelfs Nederlandse en Duitse uitgaven. Zo verscheen in Schiedam in 1665 de uitgave De CL psalmen Davids in Musijk gebracht op vier en vijf stemmen door Claudyn Le Jeune geboren van Valent … nu eerst met den Hollandsen tekst … met Nederlandse vertaling door dichter Pieter Datheen (1531-1588). Het laat zich raden dat een Nederlandse tekst op voor de Franse taal bedoelde muziek resulteerde in vaak foute en onhandige prosodische accenten. Tijdens het concert zal Huelgas Ensemble ook een van deze Nederlandstalige zettingen zingen.

In zijn psalmcomposities streefde Le Jeune naar een nieuwe esthetiek: hij vermeed consequent oppervlakkigheden en gemakkelijke effecten, en was overtuigd van de diepere emoties die de muziek in de zielen van de toehoorders (en uitvoerders) kon teweegbrengen. Zo besteedde hij veel aandacht aan de keuze van de modus (de tonaliteit) die hij gebruikte om teksten van muziek te voorzien. Tijdgenoten prezen zijn gevoelige, emotioneel diepe harmonieën. De Franse muziektheoreticus Antoine Parran schreef in zijn Traité de la musique (1639) terecht over Le Jeunes originaliteit: “… Une musique grandement observée, toute pleine d’industrie et doctrine, où l’on fuit ce qui est commun avec observation des cadences rompues, pour chercher ce qui est du plus rare, et moins usité: comme pourroit estre celle de Claudin …” (“Zeer doordachte muziek, vol ijver en kennis, waarin men het alledaagse vermijdt door aandacht voor nieuwe eindcadensen, om zo het meest zeldzame en minst gangbare te zoeken: zoals bijvoorbeeld die van Claudin”).

De psalmcomposities van Claude Le Jeune getuigen ook vandaag nog van een uitzon-
derlijk begaafdheid van de componist en van de protestantse godsdienstbeleving in Frankrijk rond 1600.

Paul Van Nevel

 

Naar het concert

Huelgas Ensemble

23 augustus 2026 22:00