Home > Nieuws > AMUZ > Viola-da-gambaspeler Liam Byrne breekt meer dan één lans voor nieuwe muziek

Nieuw geluid voor een eeuwenoud strijkinstrument

Viola-da-gambaspeler Liam Byrne breekt meer dan één lans voor nieuwe muziek

“Byrne has done more than perhaps any living performer to drag the viol out of the musty early-music attic”, aldus The New York Times.

Liam Byrne is misschien wel de meest veelzijdige viola-da-gambaspeler van zijn generatie. Hij heeft een passie voor het oude repertoire voor het strijkinstrument dat zijn hoogdagen kende aan het 17de-eeuwse Engelse hof van James I en het Franse hof van Lodewijk XIV, maar zet de gamba eveneens op de kaart met talrijke nieuwe compositieopdrachten. Op zondag 8 februari presenteert Byrne in het kader van het AMUZ-festival VIOLA DA GAMBAinPRIMETIME in de inkomhal van het ModeMuseum een staaltje van zijn kunnen, met enkele straffe recente composities voor viola da gamba met of zonder elektronica.

Tijdens zijn contrabasstudies aan de Indiana University in Bloomington werd Liam Byrne door toedoen van Wendy Gillespie – een van de oprichters van het gerenommeerde gamba-ensemble Fretwork – verliefd op de klank van de viola da gamba. “Ik voelde me enorm aangetrokken tot de kneedbaarheid van het geluid. Zodra ik viola da gamba begon te spelen, was ik teleurgesteld in de weerstand in het geluid van de contrabas. Al snel ruilde ik de contrabas definitief in voor de gamba.” Na zijn bachelor viola da gamba bij Gillespie volgde hij in Londen les bij Laurence Dreyfuss van het gamba-ensemble Phantasm. Ook werkte hij een master musicologie af in Oxford, waarin hij focuste op renaissancecontrapunt en oudemuzieknotatie. Kort daarna werd hij zelf een van de spelers van Fretwork en toerde vier jaar met hen de wereld rond. In 2014 verliet hij de groep om solo te gaan.

Going solo
“Het is in die periode dat ik de eerste werken voor viola da gamba solo liet componeren”, vertelt Byrne. “Dat betekende voor mij een soort keerpunt, want Fretwork had in dertig jaar tijd ongelooflijk veel werk verzet om nieuwe muziek te laten componeren voor gambaconsort (een groep viola da gamba’s van verschillende grootte, n.v.d.r.), waardoor er vandaag een geweldig repertoire bestaat. Maar nieuwe composities voor het solo-instrument waren schaars; ik vond alleszins dat er meer mochten zijn. In dezelfde periode kwam ik via verschillende invalshoeken in contact met een internationale gemeenschap van musici uit de klassiekemuziek- en de oudemuziekscene die meer ‘out of the box’ wilden denken, en vrijer wilden experimenteren met muziek en uitvoeringen. Dat waren mensen als Valgeir Sigurdsson en het IJslandse collectief Bedroom Community, maar ook Belgen, zoals Pieter Theuns en zijn ensemble B.O.X. Ik vond in hen een groep gelijkgestemden; ruimdenkende muzikanten die zich niet per se lieten binden aan één genre. Dat opende een hoop interessante deuren en bood me de mogelijkheid om mezelf te ontdekken en mijn stem als soloartiest te vinden. Hedendaagse muziek heeft daarin een grote rol gespeeld. In 2015 experimenteerde ik – in Antwerpen! – voor het eerst met elektronica dankzij een project met B.O.X. Het is dan ook fijn om tien jaar later opnieuw in Antwerpen te zijn en de meer geavanceerde versie te laten horen.”

Als een jongenssopraan
“Samenwerken met componisten is altijd verrijkend, voor de beide partijen”, vertelt Byrne. “Ik ervaar het als een ongelooflijke luxe om een ​​instrument te bespelen waar weinig hedendaagse solomuziek voor bestaat. Componisten vinden het vaak een interessante uitdaging, omdat ze de gamba niet zo goed kennen als een viool of een cello. Ja, het is een strijkinstrument, en je bespeelt het even goed met een strijkstok. Maar het geluid dat uit het instrument komt, lijkt veel meer op de klank van de menselijke stem. Zelfs de beperkingen van een gamba zijn in zekere zin vergelijkbaar met die van de menselijke stem. Dus wanneer ik met componisten praat, gebruik ik allerlei vocale analogieën, zodat ze de essentie van het instrument beter begrijpen. Een voorbeeld: wanneer een cello de hoogte ingaat op zijn hoogste snaar, klinkt dat als een tenor die zijn heldere coloratuur inzet: een zeer krachtig, projecterend geluid. Maar als de viola da gamba de hoogste snaar in de hoogte bespeelt, dan hoor je eerder een jongenssopraan die hoog zingt. Ze heeft diezelfde pure, prachtige resonantie, maar ze mist kracht, alsof er lucht op de klank zit. De viola da gamba kan dus even goed de hoge noten spelen, maar je moet de componist duidelijk maken dat het instrument anders klinkt in dat register. In de laagte klinkt het instrument dan weer heel aards en sonoor. Die diverse klankkleuren van de verschillende registers van de viola da gamba bieden componisten veel mogelijkheden. Meestal zijn ze vooral geïnteresseerd in de technische kenmerken van het instrument: hoeveel snaren heeft het, hoe wordt het gestemd, welke noten kan je erop spelen? Maar ik vind het belangrijk om meer diepgaande gesprekken te voeren, waarin ik mijn begrip van de werking en eigenheid van dit instrument met hen deel. Dat biedt ons als gambisten een ongelooflijke kans om het verhaal enigszins mee te sturen.”

In dialoog met componisten
“Sommige componisten schreven een louter akoestisch werk voor mij, zoals Max Andrzejewski met zijn Schwellenräume. Anderen kozen ervoor om live elektronica toe te voegen, hun werk komt ook aan bod in het concert op 8 februari. Ik ben best wel gek op die technologie en de mogelijkheden die ze biedt. En ik vind het belangrijk om al die elektronica ook zelf te bedienen. Het leukste is wanneer componisten aan komen zetten met ideeën die niet niet per se de mijne waren, maar me wel flink uitdagen. Ik voel wanneer een componist echt de handen uit de mouwen heeft gestoken en goed heeft nagedacht over hoe het instrument functioneert.”

“Een van de werken op het programma in het MoMu is Long phrases for the Wilton dyptich van de Amerikaanse componist Nico Muhly. Het ging aanvankelijk om een doorlopende klankinstallatie voor de National Gallery in Londen bij het Wilton-tweeluik, een klein draagbaar altaarstuk uit het laatmiddeleeuwse Engeland. Nico vroeg me in eerste instantie enkel een aantal losstaande muziekfrases op te nemen, die hij had gecomponeerd. Hij bouwde een prachtige geluidsinstallatie door de frases over elkaar heen te leggen, te combineren en te mixen met wat subbasgeluiden en percussie.
Ik vond het resultaat zo mooi dat ik het ook heel graag live wilde kunnen uitvoeren. Daarom bedacht ik een vergelijkbare structuur, zonder vooraf opgenomen materiaal, omdat ik alles live wilde doen, als onderdeel van de uitvoering. Dat vereiste dus enkele kleine aanpassingen, maar de essentie bleef dezelfde. Het werk begint met het opnemen van enkele bastonen, die vervolgens via luidsprekers door de ruimte worden gestuurd en het klanktapijt vormen waarop het hele stuk rust. Dan volgen er enkel lange frasen: sommige herhalen zich direct, anderen komen pas later terug. Ik gebruik de computer om de live opgenomen frases door de ruimte te laten bewegen, door luidsprekers die rond en boven het publiek staan opgesteld. Het is een prachtig, sfeervol werk, net omdat er geen strak ritme is. Er is geen klik, geen puls. Je moet de timing ‘ervaren’, en die laten zich aanvullen door de klank van de ruimte zelf. Ik ben ervan overtuigd dat dat in de inkomhal van het MoMu fantastisch zal werken.”

Ook Suspensions and solutions van Alex Mills past heel mooi in de setting van het MoMu. Het idee hiervoor ontstond toen hij op een dag bij mij thuis in Londen was, in een periode dat ik helemaal in de ban was van naaien en kleding maken. Ik wilde een stuk wol verven en we hadden het over het verschil tussen een ‘suspension’ (suspensie, verf waarbij kleurpartikels zich bewegen in een vloeistof) en een ‘solution’ (oplossing, waarbij de vloeistof zelf de kleur is). In beide gevallen hecht de kleur zich anders aan de stof. De volgende dag stuurde Alex me een bericht: “Ik ga een stuk voor je schrijven, getiteld Suspensions and solutions.” Alex gebruikt verschillende soorten nagalm en speelt zo met harmonieën in de ruimte, in de lucht, alsof het kleuren in stof zijn.“

Ijl en aards
De bijzondere klank van de viola da gamba heeft vele componisten – van Dowland, Bach en Vivaldi tot vandaag – aangezet om het melancholieke karakter ervan in de verf te zetten. Ook in Byrnes recital wordt meermaals gespeeld met die ijle, meditatieve kenmerken van het instrument. Als tegengewicht voor het hedendaagse werk plaatst Byrne een Sarabande van de 17de-eeuwse Monsieur de Sainte-Colombe centraal in het programma. Een compositie die ongelooflijk laag ligt in het instrumentenregister, met een erg volle, sonore klank vol dubbelgrepen. Spectaculair mooi en tegelijk heel aards; als ankerpunt tussen de lange frases die de ruimte ijler zullen vullen. De viola da gamba: oud en stoffig? Vergeet het.

Naar het concert

Liam Byrne

08 februari 2026 20:00