Home > Nieuws > Laus Polyphoniae > Paul Van Nevel over zijn opvolging en het Huelgas-kompas

Van oude noten naar nieuwe bloesems

Paul Van Nevel over zijn opvolging en het Huelgas-kompas

 

Na een carrière van meer dan 55 jaar belandt Paul Van Nevel op een keerpunt. De Duitse tenor Achim Schulz zal de komende jaren geleidelijk aan een grotere rol opnemen binnen Huelgas Ensemble. Tijdens Laus Polyphoniae krijgen Van Nevel en Schulz alvast elk hun moment: één ensemble, twee concerten, twee visies. Een unieke kans om te horen hoe een levenswerk langzaam wordt doorgegeven, en hoe oude muziek levend blijft in nieuwe handen. Een gesprek met Paul Van Nevel.

We ontmoeten Paul Van Nevel bij hem thuis. Wie het statige appartement binnenkomt, stapt meteen de bibliotheek in: geen bestemming, maar een doorgang. Een wand vol cd’s leidt naar de werkkamer, het hart van het huis. Het vergrootglas op de centrale tafel maakt duidelijk dat alles hier draait om detail, precisie en toewijding. De wanden vormen een grote puzzel van transcripties in dossiermappen, soms horizontaal, dan weer verticaal weggelegd. Geen centimeter onbenut, tot de nok gevuld op een manier die wonderbaarlijk passend is. “Hier staan alle (kopieën van) originelen, zo’n 2.000 stuks.” Van Nevel stelt zijn bibliotheek volledig ter beschikking van opvolger Schulz. “Hij krijgt de transcripties van al mijn partituren en, heel belangrijk, de stemboekjes.” Die staan allemaal verzameld in het bureau in Leuven, een verzameling die even rijk als complex is. De stemboekjes staan ook symbool voor de praktijk van Huelgas Ensemble en maken de opvolging van Van Nevel tastbaar. Hij geeft Schulz dus veel meer dan werkmateriaal door, ook zijn werkwijze en opgebouwde kennis draagt hij over. Want gedurende meer dan vijftig jaar bouwde Van Nevel niet alleen een ensemble op, maar gaf hij vorm aan een artistieke praktijk die zowel in historische kennis is verankerd als in muzikale intuïtie. En in die halve eeuw veranderde de oudemuziekbeoefening ook nog grondig. Het is in dit geheel dat de fundamenten liggen voor wat Van Nevel Schulz wil aanreiken.

De oudemuziekpraktijk, een levend ambacht
Dat er in die vijf decennia veel is veranderd, beaamt Van Nevel. “Je vertrekt steeds van wat je op dat moment weet, maar dat is in 55 jaar ontzettend geëvolueerd natuurlijk. Mocht het mogelijk zijn, dan zou ik het liefst elke opname die ik ooit maakte opnieuw willen uitgeven.” Van Nevel is dan ook helder over wat hij heeft ‘ontleerd’ en ‘herleerd’. Neem bijvoorbeeld de tekstplaatsing, want in een Vaticaans koorboek – het voorbeeld bij uitstek – staat de tekst niet altijd onder de noten. “Laat staan dat hij daar heel precies staat. Het kan dus heel goed zijn dat je met vier zangers die tekst zelf moet plaatsen en op die manier vier verschillende polyfone tekstplaatsingen verkrijgt.” Of de uitspraak. Want waar iedereen vroeger het Latijn in de mond nam alsof het een soort Kerkitaliaans was, wordt vandaag het onderscheid gemaakt tussen liturgisch Kerklatijn en de humanistische (16de-eeuwse) uitspraak. “De uitspraak verandert de kleur”, ook dat ondervond Van Nevel aan den lijve. En dan is er nog de tijd. Een van de belangrijkste evoluties die Van Nevel doormaakte, is zijn besef van tijd en tempo als drager van betekenis. Hij hanteert nu een levend begrip van tempo, waardoor de muziek ademt en tegelijkertijd ook gewicht krijgt. Dat deze drie elementen voor de luisteraar eerder voelbaar zijn dan fel uitgesproken, is een bedenking die hij hardop oppert. “Maar voor mij gaat het erom naar boven te halen wat onderhuids in een compositie leeft.”

Fade-in
Ook tijdens het openingsconcert van Laus Polyphoniae op 22 augustus, Notre-Dame Paris 1200, toont Van Nevel de kunst van het levenslang leren. Hij trakteert op een concertprogramma waarvan het concept al in de jaren 1970 in zijn hoofd ontstond. Een idee dat vuur vatte in de les notatiekunde en waarvoor hij nu de tijd rijp acht; dankzij de kwaliteit van de stemmen die hij rondom zich heeft en de kennis over historische versieringstechnieken die hij vandaag, heel grondig, bezit. “We gebruiken een tiental verschillende, in de bronnen duidelijk beschreven versieringen die destijds een wezenlijk onderdeel van de esthetiek uitmaakten.” Wat misschien ooit als optioneel werd gezien, is vandaag essentieel: de versiering niet als opsmuk, maar als een expressieve laag.

De artistieke leiding van het tweede concert, Bolle spiegels van de middeleeuwen op 28 augustus, ligt in de handen van Achim Schulz. Schulz gidst de zangers van Huelgas Ensemble door de wondere wereld die ars nova heet. En geloof het of niet, meer weet Van Nevel ook niet. “Als Achim een concert leidt, dan doet hij wat hij wil. Dat heb ik hem ook zo gezegd.” Hij licht hun proces van een geleidelijke maar naadloze overdracht toe, waarin er “tegelijkertijd veel en niet veel zal veranderen” – dixit Van Nevel. “Zal het publiek het merken? Ja. Maar de zangers blijven dezelfde, het repertoire blijft, net als de stijl. Het is een overgang, geen muzikaal shockeffect. Maar het laatste wat ik wil, is dat er een kopie van mezelf voor het ensemble staat. Achim mag zijn persoonlijke accenten leggen.” Dat hij daar op Laus Polyphoniae mee mag starten, is geen toeval: “Laus Polyphoniae is niet alleen een van de belangrijkste oudemuziekfestivals, het heeft ook een uitzonderlijk publiek van liefhebbers, kenners en specialisten”, licht Van Nevel deze keuze toe. “Door onze twee concerten binnen dezelfde festivaleditie te laten plaatsvinden, krijgt het publiek de kans om het verschil te horen.” Tenzij Van Nevel de oude muziek plots radicaal loslaat – vrijwillig of gedwongen – is het de bedoeling dat hij zich langzaam zal terugtrekken als artistiek leider. Schulz neemt per jaar enkele concerten voor zijn rekening – een frequentie die langzaam zal worden opgedreven. Geen breuk, eerder een fade-in: subtiel, geleidelijk en doelgericht.

Het Huelgas-kompas
En terwijl Schulz in die eerste concerten stilaan zijn lijnen uitzet, blijft Van Nevel bewust op de achtergrond. “Ook al word ik gek van wat ik hoor, ik houd het voor mezelf”, zegt hij met een mix van ernst en knipoog. De opvolging is echter niet over één nacht ijs gegaan. Ze is voorbereid met zorg en vele gesprekken zijn eraan voorafgegaan. Een van de eerste, en misschien wel meest symbolische beslissingen was dat Schulz niet alleen Nederlands zou leren, maar ook in België zou komen wonen. Niet omdat dat strikt noodzakelijk is voor de werking van het ensemble, maar wel “om het netwerk te onderhouden en te doen groeien.” Die verankering in de Vlaamse muziekcultuur is voor Van Nevel essentieel.

Wat Schulz meekrijgt is niet zozeer een draaiboek vol details en richtlijnen, maar eerder een kompas: “Het origineel is heilig.” Als de transcripties in Van Nevels bibliotheek zouden kunnen praten, zouden ze ons dat als eerste toefluisteren. “Vertrek van één bron”, is dan ook Van Nevels belangrijkste advies aan Schulz. Ook al druist dat in tegen de huidige muziek-wetenschappelijke benadering die verschillende bronnen met elkaar vergelijkt tot een gestandaardiseerd manuscript ontstaat. “Die reflex bestond vroeger niet. Men zong uit wat men had: dat ene boek, dat ene handschrift, zonder weet van alternatieven. Vanuit die logica werk ik zelf het liefst.” Daarbij behoort ook de opdracht om het stuk te begrijpen in zijn oorspronkelijke context. Want Huelgas Ensemble streeft naar een zo direct mogelijke lijn tussen de bedoelingen van de componist en de uiteindelijke uitvoering. “Wij behoren niet tot de modernste ensembles van de oude muziek. Tijdens de repetities en concerten mogen onze zangers dan ook géén digitale partituren gebruiken. Niet uit een conservatieve overweging, maar uit respect voor de oude omgangsvormen. En om het zangersberoep te beschermen. Want het is maar een tussenstap: uiteindelijk zal de zanger niet meer zelf zingen, maar zal een robot of een tablet zijn plaats op het podium innemen. Maar als Achim dat wil veranderen, dan mag hij dat, zolang hij zich maar houdt aan de afspraak om zo dicht mogelijk bij het idee van de componist te blijven.”
Uit dat principe volgen vanzelf ook enkele duidelijke grenzen: geen cross-overs, enkel authentieke klankkleuren, geen stemmen onnodig vervangen door instrumenten, het publiek niet onderschatten. En al zeker geen uniforme kledij: “Huelgas Ensemble is een polyfoon ensemble,” benadrukt Van Nevel, “elke stem is per definitie eigenzinnig, dus iedereen draagt wat-ie wil.”

Overdracht in bloei
Schulz is geen vreemde in het ensemble, voorlopig zingt hij ook nog mee, net zoals hij dat doet in Cinquecento. Na zijn studies kerkmuziek, orgel, klavecimbel en koordirectie studeerde hij zang aan de Schola Cantorum Basiliensis en het conservatorium in Bazel. Daarna volgde hij nog zanglessen bij Hans Hotter en Dietrich Fischer-Dieskau. Maar zodra het artistieke leiderschap definitief in zijn handen komt, zal de rol van uitvoerder plaatsmaken voor die van gids en vormgever. Uit de woorden en toon van Van Nevel blijkt dat Schulz kan rekenen op veel vertrouwen. Niet alleen het vertrouwen van zijn voorganger, maar ook dat van de zangers. Dat hij als tenor en als lid van het ensemble dichter bij de zangers staat dan Van Nevel zelf, was hem ook niet ontgaan. “Ik merk dat zingen voor Achim heel belangrijk is. En vanuit de praktijk kan een zanger soms een ander idee hebben over bijvoorbeeld tekstplaatsing en tempo. Daardoor kan hij een compositie anders invullen, dat is iets waarvan ik me gaandeweg meer bewust ben geworden.” De laatste drie jaar vormde Schulz samen met Van Nevel de jury voor de audities van Huelgas Ensemble. Niet alleen om mee de huidige Huelgas-stemmen te selecteren, maar ook om zijn betrokkenheid voelbaar te maken en mee te bouwen aan de volgende generatie zangers. Ook in dat proces stemde hij zich ongetwijfeld af op de fijnzinnige principes en intuïtieve logica van waaruit Van Nevel het ensemble al die jaren vormde.

Een gesprek met Schulz hebt u nog te goed. Op het moment van dit interview kon hij niet aanwezig zijn, maar misschien past dat ook wel bij deze geleidelijke overdracht: eerst luisteren naar de ene, straks naar de andere? Een detail geef ik u alvast wel mee. Waar Paul Van Nevel wordt omringd door zijn transcripties, bevindt Schulz zich, net buiten Madrid, te midden van de bloemen. Bloemen die hij kweekt voor de bloemenwinkel van zijn partner. Net zoals bij Van Nevel is ook de wereld van Schulz geworteld in precisie, geduld en de kunst van het laten groeien.
Van Nevel zal zijn transcripties blijven maken, hij plant om Tinctores te herlezen, net als het verzamelde werk van Godfried Bomans en Toon Hermans. En, als het moment daar is, blijft hij nieuwsgierig naar Huelgas Ensemble onder leiding van Achim Schulz. Want ook dat is een vorm van kweken: een ensemble laten bloeien onder nieuwe handen.

Julie Hendrickx

Naar de concerten

Huelgas Ensemble

22 augustus 2025 20:00

Huelgas Ensemble

28 augustus 2025 22:15