Home > Activiteiten > Thomas Waelbroeck (streaming)

Thomas Waelbroeck

Klaviermuziek van Mozart en Hartmann

De geschiedenis kent vele muzikale families waar het metier van componist en uitvoerend muzikant werd doorgegeven van de ene generatie op de andere. Het beroemdste voorbeeld is de Duitse Bach-dynastie met de diverse vertakkingen in haar stamboom. In Wenen kon de bourgeoisie van de 19de en 20ste eeuw rekenen op de walsen, polka’s en marsen van de familie Strauss. En eveneens in Oostenrijk was het Leopold Mozart (1719-1787) die zijn zoon Wolfgang Amadeus (1756-1791) de kneepjes van het vak aanleerde. Het waren echter steeds de mannen die met de pluimen gingen lopen. Heel wat vrouwelijke muzikanten moesten hun carrière opgeven ten voordele van mannelijke familieleden en raakten in de vergetelheid. Zo was Wolfgangs zus Maria Anna (Nannerl) ook een uitzonderlijk begaafde pianiste en violiste.

Mozart

Wolfgang Amadeus componeerde zijn hele leven voor de piano. Zijn oeuvrecatalogus omvat 23 pianoconcerti, kamermuziek (trio’s, kwintetten, sonaten met viool) en diverse composities voor piano solo, waaronder variaties, fantasieën en sonaten. In totaal componeerde Mozart 18 solosonaten. De eerste pianosonate dateert van begin 1775 en de laatste van juli 1789. Thomas Waelbroeck speelt de sonate nr. 2 in F, KV 280. Ze maakt deel uit van de zes vroege sonaten die Mozart in 1775 in München componeerde. De jonge componist verbleef toen in de Beierse stad naar aanleiding van de opvoering van zijn opera La finta giardiniera. De zes sonaten werden nooit samen gepubliceerd, maar er zijn aanwijzingen dat Mozart daar wel de intentie toe had. Doordat elke sonate in een andere toonaard staat, maken ze een uitgebalanceerde harmonische boog (C, F, Bes, Es, G en D). Het was destijds gebruikelijk dat componisten een cyclus schreven waarin de moeilijkheidsgraad per sonate steeg, met een eenvoudige opener en een virtuoze afsluiter. De sonaten KV279-284 volgen effectief dat patroon – wat geenszins betekent dat de sonate KV 279 geschikt is voor ‘dummies’. Mozart noemde de cyclus trouwens ‘de zes moeilijke sonaten’. Zoals de andere sonaten heeft KV 280 drie bewegingen, en opvallend, alle drie staan ze in een drieledige maatsoort. De openingsbeweging, Allegro assai, heeft het karakter van een levendig menuet. De tweede beweging, Adagio, is een zangerige sicilienne in een mineurtoonaard (fa klein) en wordt door velen als een van de mooiste bewegingen van de groep beschouwd. Het afsluitende contrastrijke Presto keert terug naar het opgewekte karakter van de eerste beweging.

Hartmann

Waelbroeck omkadert de Mozartsonate met twee werken van August Wilhelm Hartmann: Rondo non troppo en Thème varié pour le pianoforte. Hartmann (1775-1850) is een telg uit een Deense muzikantenfamilie met Duitse roots. Hij kreeg les van zijn vader Johann Ernst (1726-1793) die zich in 1766 in Kopenhagen had gevestigd. Aanvankelijk was hij violist in de koninklijke hofkapel en twee jaar later werd hij tot kapelmeester gepromoveerd. August Wilhelm was net als zijn vader violist en kon verschillende leidende functies in de Deense hoofdstad bekleden. Hij was onder andere lid van de koninklijke hofkapel (1796-1817) en koormeester aan de garnizoenskerk (1817-1824). Zijn zoon Johann Peter Emilius (1805-1900) maakte carrière als organist en componist en was tevens directeur van het conservatorium in Kopenhagen. Op stilistisch vlak leunen de klavierwerken die Thomas Waelbroeck selecteerde aan bij de stijl van Haydn en Mozart, ook al werden ze omstreeks 1815 gecomponeerd. De kans is dus groot dat Hartmann niet op de hoogte was van de recente evoluties in de muziek en hij de pianowerken van Beethoven niet kende. Qua toonomvang zijn Hartmanns werken vergelijkbaar met die van de Weense klassiek. Ze zijn geschreven voor een pianoforte met vijf octaven, terwijl Beethoven in die periode voor instrumenten met 6 octaven componeerde. In de muziekgeschiedenis gaat de aandacht hoofdzakelijk naar ‘revolutionaire’ componisten, waardoor de kleine meesters onderbelicht blijven. De composities van Hartmann zijn misschien niet baanbrekend, maar het zijn mooie werken die pleiten voor zijn beheersing van het metier. Het Rondo non troppo, derde deel uit een meer uitgebreide pianosonate, heeft een courante ABACA-structuur. In het C-gedeelte zijn enkele opvallende modulaties te horen vooraleer wordt teruggekeerd naar de hoofdtoonaard do klein. In Thème varié pour le pianoforte behoudt Hartmann in elke van de zeven variaties de toonaard, maar speelt hij met metrum, ritme of textuur.

Leuk detail: Thomas Waelbroeck is zelf een afstammeling van de familie Hartmann en zijn grootvader heeft een verzameling partituren aan de koninklijke bibliotheek van Kopenhagen geschonken.

Dit project kwam tot stand dankzij de giften van vele muziekliefhebbers aan het ‘Steunfonds voor jonge Belgische artiesten’ van AMUZ. Meer lezen

Programma

August Wilhelm Hartmann (1775 – 1850)
Rondo non troppo in c

Wolfgang Amadeus Mozart (1756 – 1791)
Pianosonate Nr. 2 in F, KV 280
I. Allegro assai
II. Adagio
III. Presto

August Wilhelm Hartmann (1775 – 1850)
Thème varié pour le pianoforte in Bes

Uitvoerders

Thomas Waelbroeck, pianoforte

 

Biografie

Thomas Waelbroeck studeerde piano aan het conservatorium van Luik bij Etienne Rapp. Hij won verschillende pianowedstrijden waaronder het Dexia Concours. Via het Erasmusprogramma kon hij bij Pierre-Laurent Aimard studeren aan de Hochschule für Musik und Tanz in Keulen. Hij volgde masterclasses bij o.a. Boyan Vodenitcharov, Yuri Martinov en Natalia Zdobnova aan de Gnessin Moscow Specialize School of Music in Rusland.

Thomas Waelbroeck is verbonden aan de muziekacademie van Oudergem en vervolmaakt zich aan het conservatorium van Brussel in begeleidingspraktijk, klavecimbel bij Marie-Anne Dachy en historische piano bij Claire Chevallier.