Home > Activiteiten > Polyphony connects > Zaterdag 29 augustus > Concert: Sollazzo Ensemble

Concert: Sollazzo Ensemble

Aime qui vouldra

 

Anna Danilevskaia en Sollazzo Ensemble zetten hun verkenningstocht in het Leuven Chansonnier voort. Alle chansons in dit programma zijn in het handschrift opgenomen. Enkele daarvan komen in geen enkel ander handschrift voor, andere chansons zijn dan weer succesnummers uit het middeleeuwse repertoire en zijn ook in andere manuscripten terug te vinden.

Het concert was live@AMUZ (zonder publiek) op zaterdag 29 augustus om 20.00 uur.

De volgorde van het programma zoals eerder aangekondigd in de festivalgids werd gewijzigd. U vindt de meest recente info hieronder. 

Programma

 

Quant iay au cuer aulcun contraire – Anoniem
La plus dolente qui soit nee – Anoniem
N’araige iamays mieulx – Robert Morton (ca. 1430-na 1479)
Oublie, oublie, oublie (*) – Anoniem
Les trevez d’amours et de moy – Anoniem
Aime qui vouldra – Anoniem
Hélas mon cuer tu m’occiras (*) – Anoniem
Se mieulx n’avient – P. Convert (fl. 1460-70)
Le souvenir de vous me tue – Robert Morton
Comme femme desconfortee – Gilles Binchois (ca. 1400-1460)
En atendant vostre venue (*) – Anoniem
Cent mil escuz quant je vouldroye – Firminus Caron (fl. 1460-75)

(*) Unicum uit het Leuven Chansonnier: deze compositie komt in geen enkel ander handschrift dat vandaag gekend is voor.

Uitvoerders

 

Anna Danilevskaia, artistieke leiding & vihuela de arco
Anara Khassenova, sopraan
Andrew Hallock, contratenor
Filipa Meneses, vihuela de arco
Christoph Sommer, luit
Floris De Rycker, luit & cister

Over het concert

 

Anna Danilevskaia en Sollazzo Ensemble zetten hun verkenningstocht in het Leuven Chansonnier voort. Alle chansons in dit programma zijn in het handschrift opgenomen. Enkele daarvan komen in geen enkel ander handschrift voor, andere chansons zijn dan weer succesnummers uit het middeleeuwse repertoire en zijn ook in andere manuscripten terug te vinden. Comme femme desconfortee van Gilles Binchois is bijvoorbeeld in veertien andere handschriften gekopieerd, o.a. in het beroemde Chansonnier Cordiforme. Dat liedboek wordt in de Bibliothèque Nationale de France bewaard en heeft, zoals de naam het aangeeft, een opmerkelijke hartvorm.

Binchois’ lied is een van de oudste die in het Leuven Chansonnier zijn opgenomen en het is tegelijk het ankerpunt van dit programma. Heel wat elementen die in het lied voorkomen, zoals de melancholie en zelfs een doodsverlangen, worden door de componisten van een generatie later overgenomen en herwerkt. Een gelijkaardige zwaarmoedigheid wordt in verband gebracht met de liefde in Hélas mon cuer tu m’occiras en Le souvenir de vous me tue. Moet al deze kommer en kwel echter letterlijk worden genomen? Danilevskaia bemerkt in de gedichten ook een ondertoon van koketterie en geflirt, zoals in Cent mil escuz quant je vouldroye.

Het voordeel om muziek uit een nieuw ontdekt chansonnier te brengen, is dat het veel ruimte laat voor interpretatie, gebaseerd op de kennis van de uitvoeringspraktijk van laatmiddeleeuwse muziek. Het speelse, flirterige karakter komt op de voorgrond in dialogen tussen twee zangers. Hier wordt ook geopteerd voor verschillende tokkelinstrumenten, die de ene keer op de achtergrond de zangers begeleiden, maar ook solistische passages kunnen overnemen. Twee werken worden puur instrumentaal gespeeld; die keuze werd ingegeven op basis van de partituur zelf. Quant iay au cuer aulcun contraire en Quant ie fus prins au pavillon zijn contrapuntischer uitgewerkt in vergelijking met de andere chansons. Instrumenten als de luit en harp kunnen daarbij de imitatieve inzetten benadrukken. Chansons als Oublie, oublie, oublie en N’araige iamays mieulx zijn dan weer lyrischer gecomponeerd met lang uitgesponnen melodieën.

Over het ensemble

 

Sinds de oprichting in 2014 in Bazel staat Sollazzo Ensemble onder leiding van Anna Danilevskaia. Het ensemble bestaat uit muzikanten met verschillende muzikale achtergronden en legt zich toe op muziek van de middeleeuwen en de vroege renaissance. In 2014 won Sollazzo Ensemble de Vier Jahreszeiten, een kamermuziekwedstrijd van de Schola Cantorum Basiliensis, en in 2015 de York Early Music International Young Artists Competition. Hun meest recente cd-opname, Firenze 1350, werd onderscheiden met een Diapason d’or.

Over Anna Danilevskaia

 

Anna Danilevskaia bespeelt de vedel en de renaissancegamba en legt zich toe op muziek van de 14de tot de 17de eeuw. Ze studeerde in Barcelona bij Pedro Memelsdorff en aan de Schola Cantorum Basiliensis in Bazel bij Paolo Pandolfo. Ze werkte samen met ensembles als La Morra, Currentes en Qualia. In 2014 richtte ze Sollazzo Ensemble op.

La plus dolente qui soit nee
La plus dolente qui soit nee
et aussi la plus fortunee
je suis sans avoir point de joye.
Pour quoy sur ma foy je vouldroye
que la mort me fust tost donnee.
De tous lieux suis habandonnee,
car fortune m’a destinee
d’estre tousjours ou que je soye
la plus dolente […].
Ma doleur est deshordonnee
et suis en tel point atournee
quesjoir [sic] ne me pourroye
et si n’ay bien qui me resjoye,
par quoy doy bien estre nommee
la plus dolente […].

N’araige iamays mieulx
N’araige jamays mieulx que j’ay?
Suisge la ou je demourray,
m’amour et toute ma plaisance?
N’arez vous jamays cognoissance
que je suis tout voustre et seray?
Ne faictez sur moy plus d’essay,
car vous scavez bien de vroy [sic]
que je suis nasvre a oultrance.
Je me rens et si me rendray,
aultre deffence n’y mettray,
car vous avez trop de puissance
et povez prendre vengeance,
mais dictez moy que je feray.

Oublie, oublie, oublie
Oublie, oublie, oublie, oublie,
oublie, oublie tes dolours,
leal amant, car venus sont les jours
que de dangier ne donne une oublie.
Si tu as dueil ou melancolie
que tes desirs venoient au rebours,
oublie, […]
Pour tant donques lesse celle follie.
Tu n’as besoing de ces dolens labours.
Ainsi vinras doulcement en amours
et au plaisir de ta dame et amye.

Les trevez d’amours et de moy
Les treves d’amours et de moi
sont les plus part de cest esté
comprins regard, plaisir, beauté
qui m’ont fait mains maulx et annoy.
Ce traicte fait a bonne foy
pour plus grant repos et seurté,
les treves d’amours et de moi
sont la plus part de cest esté.
Mon cueur s’en est troublé un poy,
car en amours c’est a heurté;
mais pour le mieulx de ma senté
le seur estat veul et octroy.
Les treves d’amours et de moi
sont la plus part de cest esté
comprins regard, plaisir, beauté
qui m’ont fait mains maulx et annoy.

Aime qui vouldra
Aime qui vouldra,
le mieulx qu’il pourra.
Ce n’est que soussi
car jamays sans sy
amours ne sera.
Qui plus aimera,
plus se trouvera
subget a mercy.
Ou danger mourra
ou tousjours fera cela ou cecy.
La chouse est ainsi.
Amours ainsi va.

Hélas mon cuer tu m’occiras
Hélas, mon cuer, tu m’occiras
quant des dames departiras
en qui d’onneur as veu l’eslite.
Lors sera ta vie mauldite
car apres en brief temps mourras.
Tousjours languir si me feras
et ma mort en pourchaceras,
affin que de moy soiz quitte.
Incessaument tu larmoiras
tant plus que les eslongneras
dont mes en rien ne me deslite.
Viengne vers moy la mort despite
car aussi tost qu’eslongne feras.

Se mieulx n’ avient
Se mieulx n’avient, d’amours peu me contente.
Une j’en sers qu’est assez suffisante
pour contenter ung grant duc ou ung roy.
Je l’aime bien mays elle non pas moy.
Ja n’est besoing que de cela me vante.

Combien qu’elle est adroicte,
belle et gente de m’en louer quant a leure presente,
pardonnez moy car je n’y voy de quoy.

Quant je luy dis de mon vouloir l’entente
et [cueur] et corps et biens je luy presente,
pour tout cela remede je n’y voy.
Delibere suis, scavez de quoy?
De luy quitter et le jeu et l’actente.

Le souvenir de vous me tue
Le souvenir de vous me tue,
mon seul bien, puis que ne vous voy,
car je vous jure sur ma foy:
sans vous ma joye est perdue.
Quant vous estes hors de ma veue,
je plains en disant tout par moy:
le souvenir […]
Seulle demeure despourveue,
d’ame nul confort ne reczoi.
Ce dueil porte sans faire effroy
jusques a vostre revenue.

Comme femme desconfortee
Comme femme desconfortee
sur toutes aultres esgaree,
qui n’ay jour de ma vie espoir
d’en estre en mon temps consolee,
mays en mon mal plus agravee
desire la mort main et soir.
Je l’ay tant de foix regretté
puis qu’elle ma ma [sic] joye oustee.
Doisge donc ycy remanoir.
Bien doy mauldire la journee
que ma mere fist la portee
de moy pour tel dueil recepvoir.
Car toute doleur assemblee
est en moy femme malheuree
dont j’ay bien cause de douloir.

En atendant vostre venue
En atendant vostre venue,
mon bien que je desire tant,
une heure me dure bien cent
quant de vous seul je pers la veue.
Bien souvent seullete esperdue,
je passe mon temps en pleurant.
Mais bon espoir m’a maintenue
et de son bon gre m’asseurant
que je vous tenerray briefment
qui en joye m’a entretenue.

Cent mil escuz quant je vouldroye
Cent mil escuz quant je vouldroye
et paradis quant je mourroye,
mieulx je ne scaroye souhaitier
si non user de mon moitier
aulcuneffoiz quant je pourroye.
De rien je ne me soussiroye
mays les dames je festiroye,
si j’avoye pour moy aidier
cent mil escuz quant je vouldroye.
Ung millier de chantres j’auroye
et dieu scet comment je beuroye
jusqu’au clou comme ung milsoudier,
en brief, il ne fault point cuidier
que je feroye feu si j’avoye
cent mil escuz quant je vouldroye.

La plus dolente qui soit nee
De meest bedroefde ooit geboren,
en ook de meest ongelukkige ben ik,
zonder enige vreugde te kennen.
En daarom zou ik echt willen
dat de dood mij snel werd geschonken.
Overal word ik in de steek gelaten
want Fortuna heeft voor mij bepaald
dat ik altijd, waar ik ook ben,
de meest bedroefde ooit ben […].
Mijn smart is zo mateloos
en ik ben er zo van doordrongen
dat ik mij niet meer kan verheugen,
en dus is er niets dat mij nog vreugde brengt
en daarom word ik met recht genoemd
de meest bedroefde, ooit geboren […].

N’araige iamays mieulx
Nooit heb ik me meer geërgerd,
ik heb het punt bereikt en zal er bij blijven:
van mijn liefde en al mijn genoegen
en dat ik geheel de uwe ben én zal zijn,
hebt u nooit ofte nimmer notie genomen.
U hoeft het bij mij dus niet meer te proberen,
want u weet goed genoeg
dat ik mateloos gegriefd ben.
Ik geef er de brui aan en mocht ik weer de draad op-
nemen, dan zou ik geen andere verdediging aanvoeren.
U hebt immers té veel macht
en u zou wraak kunnen nemen
en me voorschrijven wat me te doen staat.

Oublie, oublie, oublie
Vergeet, vergeet, vergeet, vergeet,
vergeet, vergeet je smarten,
trouwe minnaar, want de dagen die ik niet
offer aan weigering, zijn aangebroken.
Als je verdriet hebt of een slechte bui,
omdat je verlangens op een weigering zouden
stuiten, vergeet […]
Laat daarom dus die dwaasheid achterwege.
Al dat smartelijke klagen is niet nodig.
Nu word je zoetjes toegelaten tot de liefde
en tot het genot van je dame en geliefde.

Les trevez d’amours et de moy
Welhaast deze hele zomer lang
is er een bestand tussen de liefde en mezelf.
Dit brengt inzicht met zich mee, genoegen en schoonheid
waardoor ik me minder ellendig en lusteloos voel.
Dit verdrag is te goeder trouw aangegaan
met het doel meer rust en zelfvertrouwen te vinden.
Een rustpauze tussen de liefde en mezelf
bijna deze hele zomer lang.
Mijn hart is er een tikkeltje van in de war,
want wat de liefde betreft, kan het worden gekwetst;
met het oog op mijn gezondheid echter
wil het vooral zekerheid en instemming.
Zowat heel deze zomer lang
is er een vergelijk tussen de liefde en mezelf.
Het zorgt voor bespiegeling, vreugde en schoonheid
waardoor ik me minder beroerd en futloos voel.

Aime qui vouldra
Wie het ook is die bemint
en wel zo goed als hij maar kan.
Het geeft niets dan zorgen
want nooit zal liefde
vrij zijn hiervan.
Hoe meer iemand bemint,
des te meer blijkt hij
te zijn overgeleverd aan genade.
Met dit probleem zal hij sterven,
wat hij ook doet.
Zo staan de zaken.
Zo is de liefde.

Hélas mon cuer tu m’occiras
Helaas, mijn hart, jij zal mij doden
als jij afscheid neemt van de dames
in wie jij de fine fleur van de eerbaarheid zag.
Nu zal je leven verdoemd zijn,
want kort hierna zal je sterven.
Jij zal mij altijd laten smachten
en daardoor ben je uit op mijn dood
zodat je mij kwijt zal raken.
En dan zal je onophoudelijk wenen, des te
harder naarmate je de tranen uitstelt, en toch
zal ik niets anders kiezen.
Laat de verachtelijke dood maar komen,
want hij komt toch, vroeg of laat, door jouw toedoen.

Se mieulx n’avient
Als er niets beters gebeurt,
ben ik niet zo te spreken over de liefde.
Ik schenk liefde aan een vrouw die genoeg kwaliteiten heeft om een groothertog of een koning tevreden te stellen.
Ik houd van haar, maar zij niet van mij.
Dus dat is niet iets waar ik trots op kan zijn.

Hoe welgeschapen, mooi en vriendelijk ze ook is,
om haar nu te loven, daar zie ik van af,
want ik zie geen reden voor lof.

Als ik haar vertel over mijn wensen en verlangens
en haar mijn hart, lijf en bezittingen aanbied,
dan zie ik daar niets voor terug.
Vastberaden ben ik, weet je waartoe?
Om háár op te geven, én het spel én het wachten.

Le souvenir de vous me tue
Aan u denken maakt me gek,
mijn enige goed, wanneer ik u niet zie,
want ik zweer u, op mijn eer,
dat zonder u mijn vreugde vergaat.
Wanneer ik u niet kan zien,
beklaag ik me, en zeg bij mezelf:
aan u denken …
Achtergelaten voel ik me hulpeloos,
er is niemand om mij op te beuren.
Deze rouw draag ik discreet
totdat gij terugkeert.

Comme femme desconfortee
Als een terneergeslagen vrouw
verdwaasd als geen andere,
die geen dag van mijn leven nog hoopt
ooit nog te worden getroost,
maar nog meer bezwaard in mijn verdriet
verlang ik morgen en avond naar de dood.
Ik heb de dood zo vaak gewenst,
omdat mijn vreugde mij is ontnomen.
Moet ik dan nog hier blijven?
Ik moet de dag wel vervloeken
waarop mijn moeder mij baarde
om zulk een rouw te krijgen.
Want alle verdriet is in mij,
ongelukkige vrouw, bijeengebracht
ik heb dus wel reden om te treuren.

En atendant vostre venue
Wachtend op uw komst,
mijn lief, naar wie ik zo verlang,
duurt één uur er wel honderd,
zolang ik u niet zie.
Vaak breng ik mijn tijd eenzaam huilend
door en ben ik van slag.
Maar goede hoop heeft me gesteund
en toonde mij zijn goede wil door me te
verzekeren dat ik u, wiens gezelschap mij
vreugde schonk, weldra hier zal zien.

Cent mil escuz quant je vouldroye
Honderdduizend escudo’s op het moment dat ik ze zou
willen en het paradijs als ik zou komen te sterven,
ik zou me niks beters kunnen wensen
dan er beroepsmatig gebruik van te maken
telkens ik de mogelijkheid zou hebben.
Over werkelijk niks zou ik me zorgen maken,
de dames echter zou ik feestelijk onthalen
als ik steevast wanneer ik het zou wensen,
honderdduizend escudo’s ter beschikking zou hebben
om me daarbij te helpen.
Een duizendtal lofzangers zou ik voorhanden hebben
en God weet hoezeer ik me zou bedrinken
tot een hoogtepunt, zoals een soldenier.
Kortom, er moet niet aan worden getwijfeld
dat ik van jetje zou geven,
als ik honderdduizend escudo’s beschikbaar zou hebben
eender wanneer ik ernaar zou verlangen.

Vertaling: Brigitte Hermans & Alamire Foundation

Bekijk hier ook:

Documentaire: Leuven Chansonnier

26 augustus 2020 10:00