Home > Activiteiten > Mario Sarrechia (streaming)

Mario Sarrechia

Klaviermuziek uit de Lage Landen en Frankrijk

Klavecinist Mario Sarrechia speelt niet alleen in ensembles als La Petite Bande en zijn eigen Amsterdam Corelli Collective, hij heeft ook al boeiende solorecitals op zijn palmares staan. Passend bij dit project verkent hij het repertoire van de Lage Landen, met muziek van Jan Pieterszoon Sweelinck en Joseph-Hector Fiocco. Het is algemeen bekend dat Antwerpen een belangrijk centrum was voor de klavecimbelbouw. De instrumenten die de Ruckersfamilie in de 16de en 17de eeuw bouwde, gelden nog steeds als de Rolls-Royces onder de klavecimbels. Niettemin is het opmerkelijk dat er relatief weinig repertoire voor het instrument bekend is. Dat heeft te maken met de muziekpraktijk uit die tijd. Ten eerste werd er op het klavier veel geïmproviseerd, waardoor er logischerwijze geen sporen werden nagelaten. Ten tweede was er een beperkte afzetmarkt voor muziekdrukken en hebben handgeschreven bronnen vaak de tand des tijds niet overleefd. Ten derde blijft er ook gewoon nog te veel anonieme muziek onder het stof liggen. Gelukkig is de muziek van de Lage Landen in de laatste decennia meer onder de aandacht gekomen, dankzij het werk van een pionier als Ton Koopman.

De Amsterdamse organist, componist en pedagoog Jan Pieterszoon Sweelinck (1562-1621) was een bruggenbouwer tussen de renaissance en de barok. Hij haalde de mosterd van de Spaanse en Italiaanse scholen, en vooral van de Engelse virginalisten als William Byrd en John Bull. Net als die laatste, componeerde Sweelinck virtuoze klaviermuziek vol variaties en fantasierijke ornamentiek. Hij schreef ook complexe contrapuntische werken waarin verschillende stemmen door elkaar worden gevlochten. Zijn Paduana lachrymae is een variatiereeks op een melodie van de Engelse John Dowland (1563-1626). Sweelinck plaatste die melodie in verschillende stemmen en combineerde ze met contrapuntische motieven.

Een eeuw later leefde Joseph-Hector Fiocco (1703-1741). Hij werkte als ‘sangmeester’, eerst in Antwerpen, vervolgens aan de kathedraal van Sint-Michiel en Sint-Goedele in Brussel. Zijn Pièces de clavecin (1730) zijn sterk beïnvloed door de Franse stijl van François Couperin, zowel op het vlak van de structuur, als van de harmonische evolutie, de melodie en de ornamentiek. De bundel bevat twee grote suites; een opeenvolging van typisch Franse dansen met een descriptieve titel. Voor de laatste vier bewegingen van de eerste suite (die Sarrechia tijdens zijn recital speelt), week Fiocco echter af van het Franse model; zij vormen een opzichzelfstaande sonate naar Italiaanse stijl met de tempoaanduidingen adagio, allegro, andante en vivace. Vooral het lyrische karakter van de langzame delen herinnert aan de muziek van Fiocco’s tijdgenoot Vivaldi, die in hetzelfde jaar overleed.

Vijftien jaar na het overlijden van Fiocco publiceerde Jacques Duphly zijn Troisième livre de pièces de clavecin. Duphly (1715-1789) werkte aanvankelijk als organist in Normandië, maar verhuisde in 1742 naar Parijs, en maakte er carrière als klavecinist. Hij genoot er een uitstekende reputatie en gaf er privéles bij de meest vooraanstaande families. Er is weinig werk van hem overgeleverd, maar zeker is dat hij vier bundels met klaviermuziek heeft neergepend. Na zijn dood raakte hij echter snel in de vergetelheid. Is het niet symbolisch dat hij overleed in het jaar waarin de Franse revolutie begon? Niet alleen rolden de koppen onder de guillotine, ook klavecimbels werden verbrand als ketters attribuut van de Franse aristocratie. Duphly’s Chaconne in F is het meest uitgebreide deel uit zijn derde bundel. In het sjabloon van een plechtstatige dans in een drieledige maatsoort, haakt Duphly verschillende variaties aan elkaar vast. Hij is geen vernieuwer op het vlak van de stijl als de compositietechniek, maar geldt als een ‘petit maître’ die volgens klavecinist Christophe Rousset op een “geweldige manier” voor het klavecimbel componeerde.

Dit project kwam tot stand dankzij de giften van vele muziekliefhebbers aan het ‘Steunfonds voor jonge Belgische artiesten’ van AMUZ. Meer lezen

 

Programma

Joseph-Hector Fiocco (1703-1741)
uit: Pièces de Clavecin, Opus 1
Suite in G, opus 1 nr. 1
Adagio | Allegro | Andante | Vivace

Jan Pieterszoon Sweelinck (1562-1621)
Paduana lachrymae

Jean-Jacques Duphly (1715-1789)
uit: Pièces de Clavecin, 3ème livre
Chaconne in F

Uitvoerders

Mario Sarrechia, klavecimbel

 

Biografie

De Belgische klavecinist Mario Sarrechia studeerde bij Ewald Demeyere aan het conservatorium van Antwerpen en bij Bob van Asperen, Menno van Delft en Richard Egarr aan het conservatorium van Amsterdam. Hij volgde masterclasses bij o.a. Gustav Leonhardt, Christophe Rousset en Sigiswald Kuijken. Na zijn studies werd hij continuospeler bij La Petite Bande, waarmee hij eveneens geregeld als solist optrad. Daarnaast werkte hij ook samen met ensembles als La Sfera Armoniosa, Trondheim Barokk, RedHerring en het Nederlands Kamerkoor.

Sinds 2013 leidt Mario Sarrechia het Amsterdam Corelli Collective dat hij oprichtte met enkele vrienden. Het ensemble maakte deel uit van het eeemerging-programma van het Festival d’Ambronay in 2015 en de International Young Artist’s Presentation tijdens Laus Polyphoniae in 2016 en werkte samen met Hana Blazíková en Shunske Sato.

Mario Sarrechia nam een solo-cd op met muziek gerelateerd aan de beroemde Antwerpse klavecimbelbouwersfamilie Ruckers. Hij legt zich als onderzoeker toe op de intavolaties van Franse chansons, waarover hij lezingen gaf aan de universiteit van Cambridge en in het Museum Vleeshuis in Antwerpen, en hij doceert muziektheorie aan de Hogeschool Leiden.