Home > Activiteiten > Lies Wyers & Pieter Vandeveire (streaming)

Lies Wyers & Pieter Vandeveire

Composities voor 2 viola da gamba’s uit het 17de-eeuwse Engeland

De Brexit mag dan een feit zijn, AMUZ zal muziek uit Groot-Brittannië blijven programmeren. Los van alle politieke perikelen kan je niet anders dan het fenomenale muzikale erfgoed dat onze buren over het Kanaal hebben voortgebracht bewonderen. Van de middeleeuwen tot vandaag, de lijst van magistrale componisten en uitvoerders is indrukwekkend lang. Ook Lies Wyers en Pieter Vandeveire, twee jonge Belgische muzikanten, zijn verknocht aan het Engelse repertoire. Meer nog, Lies Wyers is ook gepassioneerd door de Engelse taal. In 2015 schreef ze een masterthesis over de uitspraak van de 17de-eeuwse Engelse vocale muziek.

Het instrument met de zachte, zangerige toon
Voor het concert in het kader van het Steunfonds jonge Belgische artiesten zullen Wyers en Vandeveire niet hun stembanden, maar wel de snaren van de viola da gamba laten trillen. Dit instrument was meerdere eeuwen lang erg geliefd in heel West-Europa. De Italiaanse naam geeft verduidelijking over de speelwijze: het snaarinstrument wordt tussen de benen (gambe) geklemd, en met een strijkstok worden de snaren dan aan het trillen gebracht. De oorsprong van de viola da gamba ligt in Zuid-Europa in de late middeleeuwen. In Engeland duikt het instrument op aan het hof van Henry VIII (1491-1547), waar vanaf 1526 twee viola-da-gambaspelers een maandloon krijgen. Vanaf 1540 betaalt de koning zelfs een heus consort dat bestaat uit Italiaanse muzikanten. Daarna zal de viola da gamba ook buiten het koninklijk hof te horen zijn. Zo worden de koorknapen van de Chapel Royal, Saint Paul’s Cathedral en Westminster Abbey vanaf het midden van de 16de eeuw onderricht in de viola da gamba, en in dezelfde periode verspreidt het instrument zich ook verder op het Britse eiland. Terwijl de viola da gamba op het Europese vasteland in de loop van de vroege 18de eeuw aan populariteit moet inboeten tegenover de viool en de cello, blijven Engelse professionele én amateurmuzikanten nog tot het midden van de 18de eeuw trouw zweren aan het instrument met de zachte, zangerige toon.

Repertoire
Een dergelijk lange gebruiksperiode heeft uiteraard tot een divers repertoire geleid. Aanvankelijk worden instrumentale versies gespeeld van reeds bestaande (meerstemmige) liederen, maar gaandeweg ontwikkelt zich een idiomatisch repertoire; componisten gaan rekening houden met de technische mogelijkheden van het instrument. Er bestaan trouwens verschillende formaten van gamba’s. Combineer je die in een ‘consort’ (ensemble), dan krijg je een bereik van lage tot hoge tonen dat groter is dan wat je met een vocaal ensemble kan bereiken. De bekendste componisten die voor dergelijke ensembles schreven, waren William Byrd (1540-1623), Tobias Hume (1579-1645), Orlando Gibbons (1583-1625), John Jenkins (1592-1678), Christopher Simpson (ca. 1602/6-1669), en Matthew Locke (1621/3-1677).

John Jenkins werkte voornamelijk bij rijke adel, in Londen en in hun landhuizen. In het begin van de 17de eeuw musiceerde hij onder meer in de regio Norfolk, voor de Derham-familie in West Dereham en voor de L’Estrange-familie in Hunstanton. De twee families kenden elkaar goed, en Jenkins pendelde regelmatig tussen de twee landhuizen. Een vast loon had hij niet, maar “he accepted what they gave him”, schreef zijn leerling Roger North. In de periode 1633-1634 trad hij verschillende malen op aan het koninklijk hof, en daarna spendeerde hij opnieuw zijn tijd ‘at gentleman’s houses in the country’. Hij overleed op een gezegende leeftijd in het huis van Sir Philip Wodehouse in Kimberley, Norfolk. We kennen vandaag nog achthonderd van zijn composities, met de focus op muziek voor de viola da gamba. De twee werken die Wyers en Vandeveire spelen, zijn een perfect staaltje van Jenkins’ kunnen. De Pavan in a is een gestileerde langzame, statige dans. De compositie Divisions in C verwijst naar een typisch Engels genre dat gebaseerd is op een gelijknamig improvisatieprincipe dat ontstond in de 17de eeuw. Een reeds bestaande muzikale lijn, meestal een ‘ground’ (basfiguur), werd als basis gebruikt om er een nieuwe melodie op te improviseren. De lange noten van de ground werden als het ware verdeeld in kortere noten, en grote intervallen werden door kleinere intervallen opgevuld.

Het procedé van de division werd verheven tot een haast abstracte kunstvorm, waarin de componist zijn creativiteit kon etaleren en de muzikant zijn virtuositeit. Het is vooral Christopher Simpson die de beste leermethode heeft aangereikt in zijn The division-violist; or An introduction to the playing upon a ground (1659). Net als zijn collega en vriend John Jenkins diende Simpson bij verschillende adellijke families in Engeland, zoals bij William Cavendish, Earl of Newcastle en Sir Robert Bolles. De L’Estrange-familie duikt ook op in Simpsons biografie. Sir Roger L’Estrange prees Simpsons The division-violist als “one of the best tutors in the world” om de viola da gamba te leren spelen, en als “a work of exceeding use in all sorts of musick whatsoever.” In 1672, enkele jaren na Simpsons overlijden, eerde Matthew Locke zijn vriend als “a person whose memory is precious among good and knowing men, for his exemplary life and excellent skill.”
Zelf stond Locke ook bekend als een van de beste componisten van zijn generatie en was hij de favoriete componist van koning Charles II. Hij componeerde in elk genre van zijn tijd; van instrumentale consortmuziek, over religieuze anthems tot masques voor toneel, en hij waagde zich ook aan experimenten in de opera. Het merendeel van de suites componeerde hij wellicht tijdens de Commonwealth of England, het republikeinse bestuur van 1649 tot 1660, toen de interesse voor huiskamermuziek het grootst was. In de verschillende suites voor twee basgamba’s volgde hij een gelijkaardig stramien; twee fantasia’s worden gevolgd door een dansvorm. De fantasia is een vrije compositie, terwijl de Corant (in het geval van de Suite in d), een gestileerde dans is in een drieledig metrum.

Tobias Hume was een buitenbeentje tussen de muzikanten. Hij was in de eerste plaats een militair officier (hij diende voor het Zweedse en Russische leger), maar met een grote passie voor muziek. “My profession being, as my education hath beene, armes, the onely effeminate part of me, hath been musicke”, schreef hij over zichzelf. Loves farewell uit de bundel The First Part of Ayres, French, Pollish and others together … with pavines, galliards, and almaines (1605) is niet per se een verwijfd deuntje, maar toont alvast dat ook een soldaat een gevoelige en zangerige ziel kan hebben.

Dit project kwam tot stand dankzij de giften van vele muziekliefhebbers aan het ‘Steunfonds voor jonge Belgische artiesten’ van AMUZ. Meer lezen

 

Programma

John Jenkins (1592-1678): Pavan in a

John Jenkins: Divisions in C

Christopher Simpson (1602/06-1669): Prelude

Christopher Simpson: Divisions in F

Tobias Hume (1579?-1645): Loves farewell

Matthew Locke (1621/23-1677):
Suite in d

Fantasy
Fantasy
Corant

Uitvoerders

Lies Wyers, viola da gamba & Pieter Vandeveire, viola da gamba

 

Biografie

Lies Wyers besloot zich na haar cello-opleiding volledig toe te leggen op de historische uitvoeringspraktijk aan het Brusselse conservatorium. Daar studeerde ze viola da gamba bij Philippe Pierlot en barokcello bij Alain Gervreau. Ze volgde masterclasses bij Vittorio Ghielmi en Paolo Pandolfo. Om de uitvoering van basso continuo verder te ontdekken, legt ze zich ook toe op de lirone.

Wyers speelt met ensembles als Scherzi Musicali, PER-SONAT, Zefiro Torna en Huelgas Ensemble. In 2015 richtte ze mee het ensemble Musae Jovis op.

Naast haar muzikale activiteiten is Wyers gepassioneerd bezig met taal. Ze studeerde Engelse Taal- en Letterkunde aan de Universiteit Antwerpen en behaalde in 2015 de grootste onderscheiding voor haar thesis over de ontmoeting tussen haar twee vakgebieden: de uitspraak van 17de-eeuwse Engelse vocale muziek.​

Pieter Vandeveire studeerde contrabas bij Lode Leire aan het conservatorium van Antwerpen en viola da gamba bij Philippe Pierlot aan het conservatorium van Brussel. Deze opleidingen werden aangevuld met masterclasses bij o.a. Duncan McTier en Franco Petracchi voor contrabas, en bij de gambisten Vittorio Ghielmi, Fahmi Alqhai en Jordi Savall. In 2009 won Vandeveire de eerste prijs op het internationale concours voor viola da gamba in het kader van het Festival de Música Antigua in Sevilla.

Zijn twee instrumenten brengen hem in de meest uiteenlopende muzikale werelden: bij HERMESensemble voor hedendaagse muziek, met Ensemble A speelde hij kamermuziek, en jazz met Le Trio Perdu. Hij maakte als gambist deel uit van Bel Ayre, speelt geregeld bij BOX (Baroque Orchestration X) en werkte samen met de Belgische band Dez Mona.

Pieter Vandeveire geeft les op de muziekacademies van Lier, Lebbeke en op Ma’GO in Antwerpen.