Home > Nieuws > Interview Lionel Meunier

Interview Lionel Meunier

Gesterkt uit de Corona-crisis: Lionel Meunier plant ambitieuze projecten

 

Het schooljaar is gestart en ook het concertleven begint coronaveilig en met een nieuwe adem. Lionel Meunier, artistiek leider van Vox Luminis, heeft in de voorbije maanden veel nagedacht over het verleden en de toekomst van het ensemble. Terwijl zijn kinderen naar school zijn, vertelt hij over de gedachten die door zijn geest dwarrelden, en over het komende concert in AMUZ.

AMUZ: We kijken enorm uit naar jullie concert, en ik kan me voorstellen dat ook jij verheugd bent om terug op het podium te staan.

Lionel Meunier: Absoluut, ik ben erg blij dat we opnieuw mogen optreden. Maar ik moet ook zeggen dat ik tot de groep van mensen behoor, die van de lockdown hebben genoten. Ik had een pauze nodig, niet uit een gebrek aan passie – integendeel, ik hou enorm van wat ik doe – maar de periode voor de lockdown was bijzonder druk geweest. We waren vaak op tournee en hoewel ik heel graag reis, voelde ik me uitgeput. Al voor de lockdown besefte ik dat er zaken moesten veranderen. We waren al begonnen met het herschikken van de structuur van Vox Luminis. We hadden een nieuwe manager aangesteld, Tomas Bisschop, en ik wou ook minder met de administratie belast zijn. De lockdown heeft me eigenlijk deugd gedaan. Ik heb eindelijk mijn bibliotheek opgeruimd! Na jaren van verzamelen heb ik thuis toch enkele schatten ontdekt, die in de toekomst nog handig van pas zullen komen … Maar belangrijker: de lockdown deed me weer beseffen hoezeer ik van mijn ensemble hou! Het idee dat we Vox Luminis zouden moeten opdoeken door de coronacrisis, heeft me veel angst ingeboezemd! Zo hebben we het contract moeten beëindigen van enkele mensen uit het administratieve team, en op een bepaald moment heb ik ook mezelf aan de deur gezet. Gelukkig had ik nog wat financiële reserve.

Door afstand te nemen, zag je meer de waarde in van wat je de voorbije jaren hebt gerealiseerd?

We hebben de afgelopen vijftien jaar keihard gewerkt. Weet je dat we tijdens de lockdown ons zestienjarige bestaan hebben gevierd, en dat we net voor de lockdown ons 500ste concert hebben gebracht – dat was bovendien in Namen, onze thuisbasis! Dan begin je toch eens na te denken over de dingen waarover je tevreden bent, en de zaken die beter kunnen. Ik heb ook vaak met mijn musici en met bevriende collega’s getelefoneerd om te weten hoe het met hen ging. We hebben veel ideeën uitgewisseld over hoe we ons beroep invullen en wat we belangrijk vinden.

Zijn er formules die je in de toekomst wil veranderen?

Vox Luminis is gegroeid in een periode waarin het heel gemakkelijk en relatief goedkoop was om te reizen. Veel muzikanten komen uit het buitenland, en we gaan ook heel vaak op tournee. Die tournees worden nu moeilijker te realiseren en ook duurder. We hebben in de zomer een concert kunnen geven in Saintes, maar de kosten van de reis lagen dubbel zo hoog als normaal. In de toekomst willen we duurzamer toeren, we hebben een ecologisch charter opgesteld. We zullen concerten onder andere beter groeperen. Als er slechts één concert is gepland in een ver land, moeten we ons de vraag stellen of het de reis wel waard is. Misschien schaden we onze carrière met die beslissing, maar dat zal moeten blijken.

En wat wil je anders doen op muzikaal vlak?

Een project als King Arthur dat we in 2018 in AMUZ hebben gepresenteerd, was uniek en willen we nog verder ontwikkelen door bv. met acteurs te werken. We willen ook het andere repertoire van Purcell verkennen. Het is een droom om The Fairy Queen met een scenograaf uit te werken.
We gaan ook totaal nieuw en meer modern repertoire aanboren. We mochten concerten geven tijdens het beroemde Aldeburgh Festival dat is opgericht door Benjamin Britten. Daar hebben we ons gebruikelijke repertoire uitgevoerd, maar op hun vraag ook muziek van Britten zelf. We waren enorm fier om die muziek in die context te mogen brengen, en we voelden ons ook goed in dat repertoire. Ik wil compositie-opdrachten geven aan componisten die passen bij ons DNA. Ik denk aan een aantal namen, maar die verklap ik nog niet. De dialoog tussen het oude en hedendaagse repertoire lijkt me bijzonder boeiend. Ik wil niet zomaar projecten uitwerken omdat die goed in de markt liggen. Marketing is mijn ding niet en gelukkig vind ik een goede partner bij Jérôme Lejeune en het label Ricercar. Binnenkort verschijnt onze nieuwste opname met de muziek van Andreas Hammerschmidt, een totaal onbekend componist die het verdient om te worden uitgevoerd. Trouwens, weet je welke van onze opnamen de voorbije maanden het meest werden gestreamd? Dankzij de cijfers die Spotify bijhoudt, weten we wat de mensen het meest hebben beluisterd. Wel, ik verwachtte dat onze opname met Bachs Magnificat en Händels Dixit Dominus het populairst zou zijn, maar nee! Het zijn de motetten van de familie Bach die blijkbaar het meest geliefd waren.

Het toeval wil dat je een van die Bach-motetten ook in AMUZ uitvoert.

Herr, wende dich und sei mir gnädig van Johann Christoph Bach is een prachtig motet en een van de lievelingswerken van Vox Luminis. Het is een motet met veel afwisseling en een perfecte opbouw naar een climax toe, met het koraal op het einde en de violen die snelle loopjes spelen. Je voelt hoe J.C. Bach nog technieken van het oude contrapunt hanteert, maar tegelijkertijd gebruikt hij voor die tijd heel onverwachte harmonische wendingen. Ach bleib bei uns, Herr Jesu Christ van Johann Michael Bach zullen we voor het eerst live uitvoeren. Het concert in AMUZ is belangrijk voor ons, want we brengen ons kernrepertoire, dat we met hart en ziel uitvoeren. De cantate Gottes Zeit ist die allerbeste Zeit, BWV 106 (Actus Tragicus) is een van Johann Sebastian Bachs vroegere werken. Ik hou veel van die cantate, niet alleen omdat ik eigenlijk blokfluitist ben en de blokfluit er een groot aandeel heeft, maar ook omdat de cantate stilistisch goed past bij de werken van Bachs oudere familieleden. Het is bovendien boeiend om alle werken van J.S. Bach in de context van zijn familieleden te zien. Zonder daarbij maat per maat te gaan analyseren, voel je instinctief aan dat Johann Sebastian de muziek van zijn ooms in zijn hoofd had bij het componeren van zijn eigen werken. Hij voerde die namelijk ook zelf uit.

Door de coronamaatregelen moeten we voor de concerten een aantal aanpassingen doorvoeren, maar daar halen we ook een voordeel uit. Onze opstelling op het podium wordt helemaal anders: de solozangers zullen nu vooraan zitten, gevolgd door de instrumentalisten en helemaal achteraan op de scène zullen de ripieni-zangers staan. En wat blijkt? Dat is eigenlijk de historisch correcte opstelling!