Home > Nieuws > Interview met Bart Vandewege

Interview met Bart Vandewege

De naam Bart Vandewege zal bij vele oudemuziekliefhebbers een belletje doen rinkelen. Voor AMUZ spreekt hij over zijn liefde voor renaissancepolyfonie, de unieke plaats die het Iberische schiereiland daarin inneemt, en blikt hij terug op zijn ervaring in de oudemuziekwereld.

 

AMUZ: Je bent al enkele tientallen jaren actief als zanger bij tal van ensembles, waaronder Collegium Vocale Gent, La Petite Bande, Huelgas Ensemble, Vox Luminis, Bach Collegium Japan en Amsterdam Baroque Choir. Barokmuziek en renaissancepolyfonie zijn daarbij twee constanten. Dat laatste is de kern van ons festival Laus Polyphoniae. Hoe is je liefde voor die renaissancemuziek ontstaan?

Bart Vanwege: Toen ik aan het conservatorium studeerde, was ik al enorm geboeid door polyfonie. En dan heb ik het niet uitsluitend over een tijdsperiode in de muziekgeschiedenis, maar eerder over horizontale stemvoering in de muziek, iets wat ik ontdekte en bestudeerde in de lessen contrapunt. Ook bij het componeren denk ik vaak horizontaal: het is een uitdaging om verschillende instrumenten en stemmen hun eigen ding te laten doen, als onderdeel van een groter geheel. Ik ben de grootmeesters uit de Lage Landen (én uit het zuiden) dan ook heel dankbaar voor hun prachtige voorbeelden. Als zanger heb ik het voorrecht om een substantieel onderdeel van dit prachtige repertoire te mogen ontdekken, in het gezelschap van de beste ensembles dan nog. Op die manier is het moeilijk om niet verliefd te worden op die muziek.

AMUZ: Je hebt ook je eigen vocale ensemble, La Hispanoflamenca, dat zich toelegt op 16de- en 17de-eeuwse polyfonie uit de Lage Landen en het Iberisch schiereiland. Wat was de aanleiding om je eigen ensemble op te richten?

Bart Vanwege: Met La Hispanoflamenca wil ik een repertoire brengen dat niet door andere ensembles wordt uitgevoerd. Niet om op te vallen, wel uit liefde voor veel schitterende, maar helaas totaal vergeten muziek. Zo vond ik in een muziekwinkel op de Ramblas in Barcelona, waar ik toen woonde, een aantal vergeten dozen gevuld met polyfonie. Met onder andere muziek van een zekere Pedro Ruimonte, een componist afkomstig uit Zaragoza die twintig jaar in Brussel aan het hof van Albrecht en Isabella heeft gewerkt. Toen ik ontdekte dat hij verschillende vier- tot zesstemmige lamentaties had gecomponeerd en dat deze waren uitgegeven bij Phalesius in Antwerpen, beet ik me in de persoon van Ruimonte vast en ik was meteen verkocht. De muziekdrukken in kwestie waren dan wel verloren, maar twee jaar na mijn ontdekking had ik het originele manuscript in handen. Dat was eigenlijk het echte begin van La Hispanoflamenca. Het is ook dankzij de muziek van Ruimonte dat ik nu ook bij Vox Luminis zing. Lionel Meunier vroeg me naar de partituur van deze lamentaties – die ik eerder reconstrueerde omdat een deel van een sopraanpartij verloren was gegaan. Ik stuurde hem het materiaal en een paar dagen later vroeg hij me of ik al had beslist of niet. Blijkbaar had ik zijn bericht maar half gelezen: de bedoeling was dat ik deze lamentaties ook kwam meezingen. Ik ben Pedro Ruimonte dus zeer dankbaar!

AMUZ: En waarom de keuze voor dit specifieke repertoire met je ensemble?

Bart Vanwege: Als Vlaming die in Madrid woont, lees ik voortdurend over componisten, schilders, drukkers, enz. die deze oorden ook opzochten, eeuwen geleden. De link tussen Noord- en Zuid-Europa was dan ook van bij het begin het uitgangspunt voor La Hispanoflamenca, een lijn die ik ook wilde doortrekken in de bezetting. Zo worden de hogere partijen doorgaans door Spaanse stemmen gezongen, omdat ze door hun ronde(re) kleur perfect mengen, terwijl de lagere stemmen meestal zangers uit het noorden zijn.

AMUZ: Wat maakt (renaissance)polyfonie voor jou bijzonder?

Bart Vanwege: Het gevoel dat de tijd lijkt stil te staan, waarbij alle stemmen over een eigen vrijheid blijken te beschikken, binnen een groter geheel. Zeker bij live-uitvoeringen: briljante polyfonie, goed uitgevoerd in een passende akoestiek én in een mooi visueel kader, is als een balsem.
Ik zou het zelfs helende muziek durven te noemen in een wereld waar veel dingen op een zorgwekkende manier lijken te evolueren. De kracht van eenvoud kan zeer ontwapenend zijn op momenten waarop er van alles heel veel of gewoon té veel is.

AMUZ: Welke componisten van het genre raken jou het meest? Waarom?

Bart Vanwege: Josquin is en blijft natuurlijk dé componist. Maar ook de Morales, Guerrero, de herontdekte Ruimonte – na onze opnamen zijn meer ensembles zijn muziek gaan zingen, wat ik uiteraard een heel goede zaak vind – en nogal wat illustere Portugezen zijn me zeer genegen. Die laatsten componeerden in een toen totaal verouderde stijl, maar zoveel eeuwen later ervaren wij dat uiteraard niet als bevreemdend. Zo’n lijstje maken is moeilijk, wetende dat sommige componisten misschien nooit meer zullen worden uitgevoerd wegens verloren, vergeten, onbemind of gewoonweg onvindbaar in de archieven. Mijn belangrijkste criteria om ten volle van deze muziek te kunnen genieten, zijn eenvoud, durf, evenwicht in de stemmen, en liefde voor de tekstfrasering. En een cantus firmus die mooi wordt ‘ingekleed’ door andere stemmen, daar heb ik een zwak voor.

AMUZ: Tijdens deze uitzonderlijke online-editie van Laus Polyphoniae kan ons festivalpubliek opnieuw genieten van de uitvoering van Un nuevo dolor me mata, een anoniem madrigaal uit het Chansonnier Masson 56. Dat manuscript bevat maar liefst een 130-tal Spaanse liederen en villancico’s. Hoe ga je te werk om daaruit een selectie te maken?

Bart Vanwege: Dat is een kwestie van heel veel muziek lezen, zingen, analyseren en dan díe stukken selecteren die je het meest aanspreken. Daarna begint het puzzelwerk pas, omdat je op zoek moet gaan naar een structuur die aantrekkelijk, maar ook haalbaar is. Dat betekent altijd dat je enkele pareltjes uit het programma moet schrappen, anders wordt het te lang. Dat doet pijn. Maar liever een publiek met een kleine honger achteraf dan een té verzadigd publiek.

AMUZ: Wat zijn voor jou de criteria om muziek te selecteren bij het opmaken van een programma?

Bart Vanwege: Ik werkte tien jaar bij VRT als programmasamensteller klassieke muziek en in die job heb ik geleerd om afstand te nemen van mijn stokpaardjes en te leren luisteren naar muziek alsof ze voor mij onbekend is. Toen ik op een gegeven moment ook nachtprogramma’s samenstelde, stond ik soms om half zes op om mijn eigen programma als luisteraar te ondergaan. En dan hoor je goed dat wat op papier mooi lijkt, niet altijd een garantie is voor een programma dat klinkt en bijblijft. Voor festivals zoals Laus Polyphoniae loop je bij het samenstellen van themaprogramma’s vaak een gelijkaardig risico: je wil iets presenteren dat musicologisch heel interessant is, maar dat eigenlijk beter functioneert ter illustratie van een colloquium, dan als concertbeleving. Evenwicht, afwisseling, tegenstelling, variatie in bezetting, compatibiliteit van de gekozen toonaarden enz. zijn belangrijke factoren om mee aan de slag te gaan. Polyfonie kan soms nogal hermetisch zijn. Een driedelig werk van Josquin dat twaalf minuten duurt, kan als opener van een concert de doodsteek betekenen voor je publiek, zeker als de akoestiek niet optimaal is voor dit repertorium. Ook daarmee moet je rekening houden.

AMUZ: Wat ons publiek misschien niet weet, is dat je veel meer doet dan zingen en een eigen ensemble leiden. Je bent ook muziekproducer, opnameleider en componist.

Bart Vanwege: Als freelancer is zingen, dirigeren, componeren en superviseren van opnamen mijn werkterrein. Dingen die ook allemaal in elkaars verlengde liggen. Ik heb een zeer brede muzikale opleiding genoten, wat in een dermate gespecialiseerde maatschappij heel gezond is, denk ik. Ook in de 16de eeuw kon je als koorzanger trouwens niet zomaar werk vinden zonder een aantal composities voor te leggen waaruit moest blijken dat je wel degelijk de basisregels van het contrapunt beheerste. Barokcomponisten waren vaak ook multi-instrumentalisten, tekstschrijvers enz. Mocht ik doceren in een opleiding architectuur, dan zou ik mijn studenten ook eerst laten kennismaken met de diversiteit aan bouwmaterialen, zoals steen, hout, glas, metaal … ze deze materialen laten aanraken en voelen, ze eens cement laten maken, alleen op die manier weet je toch waarmee je bezig bent?

Door de veelzijdigheid in mijn werk hoef ik ook niet het hele jaar door te toeren. Ik geef af en toe een cursus koor, orkest, muziekinterpretatie aan verschillende Spaanse universiteiten, lessen sonorisatie aan een professionele school voor animatiefilm en ik ben vaak gastdirigent. Daarnaast componeer ik vaak. Vreemd genoeg schreef ik tot op heden voornamelijk instrumentale muziek – vooral voor theater, dans en film – maar ik maak nu een inhaalbeweging wat vocale muziek betreft. En sinds een aantal jaren doe ik ook artistieke supervisies van opnamen. Ik geniet ten volle van deze afwisseling, en ik blijf bijleren, wat voor mij een must is.

De COVID-crisis die in maart in Europa begon, heeft ons leven de afgelopen maanden danig op zijn kop gezet. Sommigen vonden het een godsgeschenk om de ratrace even stop te zetten, anderen grepen het aan als een kans zichzelf te heruitvinden. Hoe heb jij dat ervaren?

Voor mij kwam de lockdown op zowat het slechtst denkbare moment. Alle passieconcerten met Collegium Vocale werden afgelast. Tijdens ons jubileumjaar dan nog! Ook de reportage die Canvas zou draaien over Collegium Vocale werd geannuleerd. Als een van de leden die het langst bij Collegium Vocale zingt, en met mijn jongste Spaans-Belgische dochter die voor het eerst zou meezingen in het Ripieni van de Mattheüspassie, stonden we gepland als een interessant verhaal voor deze reportage. Het materiaal van drie schitterende draaidagen hier thuis in Madrid zal helaas nooit op antenne komen …

Maar ik heb deze periode wel nuttig gebruikt om te studeren en te componeren, en ik heb ook veel gefotografeerd en gefilmd. Beeld is voor mij trouwens klank in een andere vorm – ik studeerde vroeger zowel aan de academie voor schone kunsten als aan die voor muziek.
Na al die jaren heb ik ondertussen een soort ‘wintervoorraad’ aan muzieknoten en beelden aangelegd, waaruit ik kan putten voor diverse projecten. Op dit moment is het jammer genoeg nog steeds onvoorspelbaar wat er ons te wachten staat. De podiumkunsten lijden heel zwaar onder de huidige maatregelen. Dat veel landen discotheken weer openden maar tegelijkertijd concert- en theaterzalen als ware risicozones behandelden, vind ik hallucinant. Als freelancemusicus heb ik vier maanden moeten wachten om – voor de allereerste keer in mijn leven – een minimale werkloosheidsuitkering te krijgen. Omdat ik in Spanje woon en dus geen grensarbeider ben, werd ik voortdurend van het kastje naar de muur gestuurd. De term ‘grensarbeider’ kon ik ook moeilijk vatten, wij reizen al jaren non-stop de wereld rond. In Frankrijk kregen we ongeveer 70 % uitbetaald van wat we daar zouden hebben verdiend, in België is dat slechts een 30 %. Dat is heel confronterend na jaren (hard) werken bij de beste ensembles die dit land rijk is. Op zo’n moment ben je blijkbaar toch beter voetballer dan een cultureel ambassadeur. Alle gestreamde cultuur die tijdens de lockdown – en ook nu nog – zoveel mensen een hart onder de riem heeft gestoken, bestaat enkel dankzij artiesten zoals wij. Als we dan in moeilijk vaarwater komen, hoop je toch op enige appreciatie?

Maar tussen het oneindige papierwerk en de ontelbare telefoontjes door, heb ik ook wel geschuurd, geschilderd, gevernist en opgeruimd. Dat was ook wel eens dringend nodig.

AMUZ: Als we iets moeten leren uit deze crisis, wat zou dat dan zijn voor jou?

Bart Vanwege: Nederigheid en flexibiliteit. We leven met de idee dat we op (bijna) alles vat hebben. Maar deze keer is het anders. Wat ik ook al wel wist, is dat zeven concerten op rij in vijf verschillende landen eigenlijk niet erg gezond is. Zeker niet op lange termijn. Maar de concertagenda’s zijn op die manier geëvolueerd en als freelancer kan je daar niet veel aan veranderen. Het is meestal alles of niets. Misschien kunnen we streven naar een nieuw evenwicht?

Misschien betekent dit ook het definitieve einde van La Hispanoflamenca. In 2008, de vorige zware crisis, hertekende Spanje het culturele landschap al eens toen alle kleinere spaarkassen met een eigen socio-cultureel programma (waar ze overigens toe verplicht waren) werden verkocht aan grote banken. Toen is er een hele reeks aan festivals van de kaart verdwenen.

Of misschien is dit net een nieuw begin. La Hispanoflamenca, anders. Daar zijn concrete plannen voor! We laten niet alles bepalen door een virus hé.